Wie maandag 19 oktober in het buitengebied van Dongen militairen tegenkwam, hoefde niet vreemd op te kijken. Defensie hield die dag een oefening waarbij militairen te voet verschillende opdrachten uitvoerden. Het is een beeld waar inwoners de komende tijd vaker mee te maken krijgen. Sinds september worden op Kamp de Donck toekomstige officieren opgeleid. Maar wat gebeurt er eigenlijk achter de hekken van het militaire kamp? En wat betekent de komst van de cadetten voor Dongen? Kolonel Frank Rippens, commandant van de Koninklijke Militaire Academie (KMA), vertelt over het leven op Kamp de Donck, de opleiding van toekomstige officieren en de toenemende aanwezigheid van Defensie in het dorp.
Door Fabiënne Lantinga
Met de opening van Kamp de Donck is op het Militair Complex Dongen een nieuwe fase aangebroken. Waar voorheen vooral onderhoudswerkzaamheden plaatsvonden, worden nu toekomstige officieren van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee opgeleid. Iedere zeven weken kan een nieuwe groep cadetten aan het eerste deel van de opleiding beginnen. Daarmee blijft de aanwezigheid van Defensie niet langer beperkt tot het terrein zelf.
“Er rijden natuurlijk auto's en vrachtwagens. We moeten materiaal, eten en drinken aan- en afvoeren. Er rijden bussen om de cadetten naar Dongen te brengen en op vrijdag weer naar het station. En we doen uiteraard ook activiteiten buiten de poort”, vertelt Rippens. Ook sportactiviteiten en marsen maken deel uit van het opleidingsprogramma. “Er zal gemarcheerd worden met uitrusting. Dat doe je ook gewoon buiten de kazerne. Je zult als inwoner van Dongen meer activiteit zien dan voorheen.”
Kleine kinderziektes
Half september begonnen de eerste cadetten aan hun opleiding op Kamp de Donck. De ingebruikname van een compleet nieuwe opleidingslocatie brengt de nodige uitdagingen met zich mee. Hoewel het tijdelijke kamp in korte tijd is opgebouwd, betekent dat niet dat vanaf de eerste dag alles vanzelf loopt. “Er gebeuren allerlei dingen die je niet voorziet. Er moeten veel kleine brandjes geblust worden. Figuurlijk dan.”
Rippens noemt voorbeelden uit de eerste dagen: een koffiezetapparaat dat nog niet is aangesloten, een eettent zonder eigen keuken of drinken dat niet is meegeleverd. Kleine problemen op zichzelf, maar bij elkaar kunnen ze behoorlijk wat aandacht vragen.
“Omdat de processen nog niet ingesleten zijn, loop je tegen allemaal van dat soort kleine zaken aan. Je moet goed tussen je oren hebben dat het ook echt kleine dingen zijn. Maar veel kleine dingen maken ook grote dingen.” Daarom is er voortdurend iemand aanwezig die de dagelijkse gang van zaken in de gaten houdt en problemen direct kan oplossen. Want een opleidingslocatie draaiende houden, vraagt volgens Rippens meer dan alleen goede voorzieningen. “Het is natuurlijk meer dan alleen maar een paar barakken neerzetten. Uiteindelijk gaat het over hoe mensen zich daar gedragen, wat ze doen en hoe ze het doen. Het is allemaal mensenwerk.”
Om 6.00 uur begint de dag
Maar hoe ziet een dag op Kamp de Donck er eigenlijk uit? Wie bij een militaire opleiding denkt aan schreeuwende instructeurs, eindeloze strafrondjes en cadetten die midden in de nacht uit bed worden gehaald, heeft volgens Rippens niet helemaal het juiste beeld.
De dag begint wel vroeg. Om 6.00 uur staan de cadetten op. Daarna volgen de gebruikelijke ochtendhandelingen: aankleden, het bed opmaken, de slaapruimte opruimen en ontbijten. Vervolgens begint het opleidingsprogramma. Dat is behoorlijk afwisselend. De cadetten krijgen lessen in militaire basisvaardigheden, volgen theoretisch onderwijs en leren onder meer over wet- en regelgeving. Daarnaast is er regelmatig aandacht voor hun fysieke ontwikkeling. Ook 's avonds gelden vaste tijden. Om 22.00 uur moeten de cadetten op bed liggen en om 23.00 uur gaan de lichten uit. Sinds kort geldt bovendien dat cadetten tussen 22.00 en 7.30 uur buiten stil moeten zijn, om geluidsoverlast te beperken.
Toch draait het volgens Rippens niet om een zo zwaar mogelijk regime. De opleiding moet de cadetten voorbereiden op hun toekomstige verantwoordelijkheid als officier. En daarvoor moeten zij niet alleen fysiek worden uitgedaagd, maar vooral ook in staat zijn om te leren.
‘We doen niet aan ontgroenen’
Het beeld van cadetten die binnen enkele minuten naast hun bed moeten staan zodra een instructeur dat roept, klopt volgens de kolonel dan ook niet helemaal. Al kan zo'n situatie tijdens een oefening wel degelijk voorkomen.
“Kijk, dat zal ongetwijfeld weleens gebeuren. Maar alles wat we doen, moet het doel dienen.”
Wanneer cadetten tijdens een oefening in een bivak liggen en plotseling moeten vertrekken omdat er een vijand nadert, kan het noodzakelijk zijn dat zij binnen enkele minuten hun spullen hebben ingepakt. Dat is een vaardigheid die zij in de praktijk nodig kunnen hebben. Maar iemand zomaar onder druk zetten omdat dat nu eenmaal bij een militaire opleiding zou horen, heeft volgens Rippens geen enkele toegevoegde waarde.
“We doen niet aan ontgroenen. We leiden op.”
Daarbij zijn voldoende slaap en goede voeding minstens zo belangrijk als discipline en fysieke inspanning. “Je wilt maximaal het leervermogen van die jonge mannen en vrouwen aanspreken. Daarom moet je zorgen dat ze een goede nachtrust hebben. Je moet ze ook de tijd en ruimte geven om netjes en goed te eten.”
Wie de hele dag lessen en oefeningen volgt, moet de informatie immers ook kunnen opnemen. “Als je ze niet laat slapen en slecht laat eten, nemen ze niks op.”
Dat betekent overigens niet dat de cadetten nooit onder druk worden gezet. Ook omgaan met stress en onverwachte situaties hoort bij het militaire vak. Maar daar moet altijd een duidelijk opleidingsdoel achter zitten.
“Ik heb onlangs nog gezegd dat ze de opleiding moeten beleven. Datgene wat er gebeurt, moeten ze beleven. Ze moeten het niet ondergaan.”
Meer militairen in het straatbeeld
Terwijl de cadetten op het terrein hun opleiding volgen, zullen inwoners van Dongen ook buiten de poorten steeds vaker met Defensie te maken krijgen. Naast de toekomstige officieren zijn er instructeurs, begeleiders en andere medewerkers aanwezig. Samen zorgen zij voor aanzienlijk meer activiteit dan voorheen.
Rippens begrijpt dat inwoners misschien moeten wennen aan militairen die door het buitengebied marcheren of met hun uitrusting onderweg zijn. Toch hoopt hij dat hun aanwezigheid vooral als iets positiefs wordt ervaren. “Als je weet wat er allemaal aan de hand is in de wereld en je ziet dat wij druk bezig zijn om jonge mensen op te leiden tot officieren, dan hoop ik dat je daar een goed gevoel bij hebt.”
Hij wil voorkomen dat de aanwezigheid van militairen onnodig ongerustheid oproept. “Ik hoop niet dat het een gevoel wordt van: o jee, we vinden dit spannend, want we zien allemaal mensen in groene pakken.”
De oefening van afgelopen maandag is een concreet voorbeeld van de activiteiten die ook buiten het militaire terrein plaatsvinden. Om eventuele hinder te beperken, bleven de militairen buiten de bebouwde kom en drukke gebieden.
Positief verrast door belangstelling
Wat Rippens misschien nog wel het meest verrast, is de belangstelling van jonge mensen voor een loopbaan bij Defensie. Juist in een tijd waarin internationale spanningen toenemen, ziet hij dat jongeren bereid zijn zich in te zetten voor de veiligheid van anderen. “Ik had dat eigenlijk nooit verwacht”, vertelt hij. Lange tijd ging hij ervan uit dat jongere generaties steeds individualistischer zouden worden en vooral met zichzelf bezig zouden zijn. De belangstelling voor Defensie heeft dat beeld veranderd. “We hebben zoveel mensen die bij Defensie willen werken. Dat is gewoon heel bijzonder. Ik ben daar wel echt positief verrast over.”
Volgens de kolonel speelt het veranderende wereldbeeld daarbij mogelijk een rol. De oorlog in Oekraïne en de onzekerheden rond internationale samenwerking maken duidelijk dat vrede en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Aanvankelijk dacht hij dat de oorlog jongeren juist zou afschrikken om voor een militaire loopbaan te kiezen. In zijn ervaring blijkt het tegenovergestelde.
“Misschien beseffen mensen wel: ik wil bijdragen aan het veilig houden van het land, van de wereld. En iedereen kan daar op zijn eigen manier, hoe klein dan ook, aan bijdragen.”
Verantwoordelijkheid naar Dongen
Met de komst van Kamp de Donck is Defensie een zichtbaarder onderdeel van Dongen geworden. Rippens vindt het daarom belangrijk dat inwoners begrijpen wat er op en rond het kamp gebeurt. Wat voor militairen een normale trainingsdag is, kan bij omwonenden immers vragen oproepen.
“Ik voel een verantwoordelijkheid naar de gemeente en naar de inwoners”, vertelt hij. Daarom staat hij ervoor open om ook in de toekomst uitleg te geven over de activiteiten van Defensie.
“Als het helpt dat we af en toe een stand van zaken geven, waardoor inwoners misschien beter begrijpen wat er gebeurt, dan ben ik daar altijd toe bereid.”
De militairen die maandag door het buitengebied trokken, zullen dan ook geen uitzondering blijven. Met iedere nieuwe lichting cadetten krijgt Kamp de Donck verder vorm als opleidingslocatie en worden de groene uniformen een steeds vertrouwder beeld in Dongen. Achter die uniformen gaan jonge mensen schuil die worden voorbereid op een verantwoordelijke functie binnen Defensie. En die opleiding speelt zich niet alleen achter de hekken af.
Lees hier over de opening van het Kamp op 11 september 2026.
