Al decennialang wordt in Hoboken, een deelgemeente van Antwerpen, een circuit aan indooratletiekwedstrijden georganiseerd in de zogenaamde Sportschuur Fort 8. Sinds de jaren negentig staan deze wedstrijden al op de radar bij de technische atleten van Atledo. Verspringen en hordenlopen was in die tijd in de eigen regio niet mogelijk bij een indoorwedstrijd. Daarom werd er regelmatig een sportieve trip over de grens gemaakt.

In Hoboken staan de wedstrijden erom bekend niet altijd even strak georganiseerd te zijn, maar wanneer je dat van tevoren weet, is het een toplocatie voor een leuke wedstrijd.

Ook zondag 8 maart trok een groep van zes Atledo-talenten naar de Belgische Sportschuur. Vanuit de U14-trainingsgroep hadden zes jongens zich ingeschreven voor één of meerdere onderdelen. Wat in het verleden de Superkrack-finale heette, is nu omgedoopt tot Jeugd Olympische Spelen, een drukbezochte wedstrijd met de losse onderdelen 60 meter, 60 meter horden, kogel, hoog en ver.

Rick Romme mocht voor het eerst met een 3 kilo-kogel stoten en zette met 5.76 meter een prima prestatie neer. Op de 60 meter bleef hij net boven zijn persoonlijk record en met 10.04 seconden ook net boven de tien seconden.

Jens van den Heijkant slechtte een mooie barrière bij het verspringen en sprong met 3.01 meter eindelijk over de drie meter. Bij het kogelstoten verbeterde hij zijn persoonlijk record naar 5.75 meter, ondanks dat de kogel aan het begin van het seizoen een kilo zwaarder is geworden.

Keyon Winters startte op de 60 meter horden en haalde de finish zonder kleerscheuren. Hij klokte een prima tijd van 14.69 seconden. Op zijn favoriete onderdeel hoogspringen werd de 1.10 meter in één keer overbrugd, waarna 1.15 meter nog iets te hoog gegrepen was.

Bas Verschure liep weer een constante hordenrace en bleef met 11.78 seconden een fractie boven zijn persoonlijk record. Bij het verspringen kwam Bas iedere poging iets verder en stond er na drie pogingen 3.80 meter op het scorebord.

Noah Farla scoorde drie persoonlijke records, waaronder een verpulvering van zijn 60 meter-tijd met 0.7 seconden naar 9.30 seconden. Bij het kogelstoten bleef het tot het einde spannend voor de medailles en nam Noah met 8.80 meter brons mee naar huis.

Jim Akkerman scherpte zijn 60 meter horden-tijd verder aan naar 10.11 seconden. Tot zijn verrassing was dit voldoende voor een gouden medaille. Jim liep op de 60 meter sprint opnieuw onder de negen seconden en klokte deze keer 8.98 seconden.

In totaal was er een prima oogst met zes persoonlijke records en twee medailles. Op naar het buitenseizoen.