Wies Boers kwam eind december terug van zes weken vrijwilligerswerk in Sumatra. Al tijdens haar verblijf daar wist zij dat ze weer terug wilde. De datum staat al vast: op 10 maart gaat Wies Boers opnieuw naar Sumatra, ditmaal voor een periode van vier maanden. Zij gaat helpen om een school te bouwen.

door Lia van Gool

Tussenjaar

“Ik heb momenteel een tussenjaar”, zegt Wies Boers (17). “Mijn ouders vonden mij te jong om door heel Azië te gaan backpacken. Mama heeft zelf vrijwilligerswerk gedaan in Peru. Zo kwam ik op het idee.” Toen Wies voor de eerste keer terugkwam uit Sumatra, wist zij al dat ze weer terug wilde. “Ik wist alleen niet precies wanneer. Ik heb nog gedacht aan een tweede tussenjaar, maar dat zien mijn ouders niet zitten.” Omdat Wies carnaval niet wil missen en omdat één van haar zussen jarig is, vliegt Wies op 10 maart weer naar Sumatra. “Het is mijn plan om tot eind juli te blijven. Ik heb mij ingeschreven voor de Zomerspelen, dan wil ik in ieder geval thuis zijn. Maar als mijn geld eerder op is, kom ik terug.”

Wies kwam min of meer toevallig op Sumatra terecht. Zij zocht op een site voor vrijwilligers en dacht er in eerste instantie aan om naar Costa Rica te gaan, maar ze twijfelde. Daarom werd het Sumatra. “Vroeger hebben wij een wereldreis gemaakt door Azië. Toen ik vier jaar was, ben ik op Sumatra geweest, op deze plek. De eigenaar van de plek waar ik nu naartoe ga, is nog dezelfde man als toen. Dat is puur toeval en ook grappig dat mijn moeder Ricky, de eigenaar, nog kende. Zelf had ik die link niet kunnen leggen.”

Dankbaar

Toen Wies de eerste keer naar Sumatra ging, realiseerde ze zich eigenlijk niet dat ze zo ver weg ging in haar eentje. “Ik bedacht ineens dat ik het allemaal alleen moest doen. Wij hebben als gezin wel veel gereisd, maar papa en mama regelden dan alles. Ik heb wel even gedacht: ‘Was ik maar niet gegaan’. Maar gelukkig ging alles goed. En hoewel alleen reizen altijd spannend is, is dit het juiste moment om te gaan. Als ik straks aan een nieuwe opleiding begin, kan ik dit voorlopig niet meer doen. En hoewel ik nog jong ben, vond mijn moeder dat ik de enige ben van de drie kinderen die dit mag en kan doen. Ik ben van nature gestructureerd en georganiseerd.”

Hoewel Wies in het begin van haar reis dacht ‘Ik vind het niks, dit lukt niet’, bleek het gemakkelijk om haar eigen weg te vinden. “Je stopt eigenlijk nooit met reizen als je er eenmaal aan gewend bent”, merkte Wies. “Ik ben dankbaar voor het feit dat onze ouders ons hierin hebben meegenomen. Wij reizen met het gezin eigenlijk altijd naar bestemmingen buiten Europa. Mijn zussen en ik vinden het alle drie nog leuk. Wij kijken er elk jaar weer naar uit.”

Indonesisch

Op het vliegveld van Sumatra werd Wies opgehaald. Zij kreeg informatie over hoe zij contant geld moest halen en zij kreeg hulp bij het kopen van een nieuwe simkaart voor de telefoon. Op de locatie aangekomen kreeg zij een warm welkom van de grote groep vrijwilligers en van de Indonesiërs. “Uiteindelijk wilde ik na zes weken niet weg. Maar ik had mij aangemeld voor de Winterspelen, dus ik moest wel.”

Eigenlijk wilde Wies een tweede tussenjaar nemen, maar daar gingen haar ouders niet mee akkoord. Daarom vertrekt zij nu voor vier maanden om een school mee te bouwen. Wanneer het project precies start, weet zij nog niet. “Indonesische mensen zijn niet zo goed in communicatie. Ik weet dat het project doorgaat, alleen niet wanneer.”

De meeste vrijwilligers zijn Nederlands, gaat Wies verder. Met de Indonesiërs spreekt zij Engels. “Ik heb wel een paar woordjes en zinnetjes Indonesisch opgepakt van de kinderen, een beetje de basis.” Tijdens haar eerste verblijf gaf Wies vijf ochtenden per week les op de Government School. Via Educamp is er een klas voor gemotiveerde kinderen die goed zijn in Engels. Zij leren daar uitgebreider Engels. In de middagen verzorgde Wies onder meer sportlessen. ’s Avonds genoot Wies met de andere vrijwilligers van de prachtige zonsondergang bij een kampvuur.

Eigenlijk is het vreemd, vindt Wies, dat je betaalt om daar te werken, te eten en drinken en te slapen. “Je krijgt drie keer per dag eten. Water is gratis, voor cola betaal je ongeveer dertig cent. Je slaapt met acht mensen in één kamer, op stapelbedden. Er zijn algemene toiletten en douches. Als je een privékamer wilt, dan betaal je daar meer voor.”

Zes gooien

Terug naar haar plannen voor de komende vier maanden. “Nog niet alles is helemaal duidelijk. Het is echter wel zeker dat er een tweede Educampschool gebouwd gaat worden, waar de kinderen uit het dorp onder meer onderwijs krijgen in de vakken Engels, muziek en tekenen. Om het project voor elkaar te kunnen krijgen, is natuurlijk geld nodig.”

Om geld voor het project bij elkaar te krijgen, werkt Wies in de horeca. “Het is wel jammer dat januari een ongunstige maand is, het is erg rustig. Ik wil graag drie of vier dagen per week werken, maar je kunt niet altijd zes gooien.”

“Als mensen willen doneren, dan kan dat via deze link: https://gofund.me/2ecd772b1

Ik heb zelf al zestienhonderd euro bij elkaar gekregen. Ik gun het die kinderen.”

Motivatie

In Nederland is goed onderwijs vanzelfsprekend, daar niet. De lokalen en lessen zijn heel anders dan hier. “Dat is raar om te zien. Het is wel goed om dat eens gezien te hebben. Ik ben gelukkig dat ik in Nederland ben geboren. Ik heb op Sumatra kinderen gezien die bij wijze van spreken een moord zouden plegen om in Nederland te kunnen studeren. Dat kan helaas niet, omdat zij daar geboren zijn.”

Een cultuurschok heeft Wies niet gehad op Sumatra. “Dat komt misschien omdat ik al veel andere dingen heb gezien. Ik verbaasde mij wel over de motivatie van de kinderen.” Wies besefte wel dat zij en andere vrijwilligers strooiden met geld. “Wij gingen elke dag wel een ijsje halen en een drankje drinken. Dat is voor ons vanzelfsprekend, voor hen niet. Ook toen ik nog naar school ging, haalde ik elke dag wel een broodje en snoep. Dat is sinds ik terug ben in grote mate veranderd.”

Structuur

Wat Wies gaat doen na haar tussenjaar, staat nog niet helemaal vast. Zij is naar een paar open dagen geweest, onder meer bij de opleiding toegepaste psychologie en bij defensie en de politie. “Die twee laatste passen misschien wel goed bij mij. Ik heb er met papa over gesproken. Ik ga goed op duidelijkheid en structuur, dat heb je bij defensie en politie. Maar ik twijfel nog, het is lastig om een keuze te maken.”

Ricky’s Beachhouse

Het project waar Wies Boers de komende maanden aan gaat werken, is een initiatief van Ricky’s Beachhouse. “Ricky is de eigenaar van het project. Hij heeft iets opgebouwd waarmee hij geld verdient. En dit geld stopt hij weer in de toekomst van de kinderen uit het dorp. Dit zorgt ervoor dat hij veel invloed heeft. De jongens die daar werken, komen uit het dorp. Die hebben kansen op een goede toekomst. Ricky kiest de slimste kinderen uit het dorp uit en stimuleert de kinderen zo om iets te maken van het leven. Daarom wil Ricky ook een nieuwe school gaan bouwen.”