Op een mooie donderdagavond in de Hubertuskerk in Dongen Vaart kreeg ik uit handen van burgemeester Hans Slagboom de Oeuvre Award voor mijn werk als correspondent van het Weekblad Dongen. Compleet overdonderd hoorde ik voor de tweede keer tijdens het Dongens Trots Gala mijn naam noemen. Ik was vlak daarvoor genomineerd voor Dongenaar van het Jaar. Dat werd ik niet, maar ik kreeg wel bloemen.

Blij met de bloemen liep ik terug naar mijn plaatsje naast (mijn) Hans. Onderweg zei iemand tegen mij: ‘geef die bloemen maar hier’. Ik dacht: wat raar, heb ik net een bos bloemen gekregen, moet ik hem weer afgeven. Min of meer verontwaardigd vertelde ik dat tegen Hans. Ik zat net weer op mijn stoel, toen de burgemeester de trap opliep, met zijn ambtsketen om. Ik wist niet wat ik hoorde, toen mijn naam wéér geroepen werd. Ik hoorde iets van ‘De Oeuvre Award ga ik uitreiken aan Lia van Gool’. Op het filmpje is te zien dat ik m’n hand voor míjn mond hield, zo verrast was ik. En die verrassing werd nog groter, toen ik de mooie woorden hoorde die Hans Slagboom over mij vertelde in zijn toespraak. Wauw, wat een eer, wat geweldig. Hij schetste mijn loopbaan bij CZ, het moment dat Hans en ik ging samenwonen in ‘het huiske van Alida’ (het Dongens van de burgemeester kan wel een update gebruiken trouwens), het winnen van Pokémon-gebakjes heel lang geleden en nog wat meer wetenswaardigheden, zoals het feit dat ik hem in de beginperiode van zijn burgemeesterschap bijna vaker had gezien dan mijn eigen Hans. Dat klopt inderdaad: het leek die tijd wel alsof ik hem stalkte! Hans Slagboom noemde zelfs onze Iwan! Bijzonder vond ik het moment dat hij omschreef hoe ik samen met hem bij de echtparen op bezoek ga die zestig jaar (of soms zelfs vijfenzestig jaar) getrouwd zijn. Vooral de mooie verhalen die wij tijdens die bezoeken horen zijn bijzonder. En zo ging zijn toespraak door. Aan het einde kreeg ik de Oeuvre Award. En ik kreeg de microfoon om te reageren. Het enige wat ik wist uit te brengen was dat ik er stil van was. En iets van ‘teveel eer’ of zoiets. Het applaus was oorverdovend en prachtig.

Terug op mijn plekje naast Hans kwam een aantal mensen mij feliciteren. De redacteur van het Weekblad Dongen vertelde dat zij speciaal voor dit moment naar de avond was gekomen. Ik vond het ook al vreemd dat zij net die avond had uitgekozen om 'mensen te leren kennen'. Daar zijn andere bijeenkomsten veel geschikter voor. Maar na het uitreiken van de Award viel het kwartje. Zij zat natuurlijk, samen met een aantal andere mensen die ik de week voor de uitreiking nog tegen was gekomen of gesproken had, in het complot. Het was een mooie avond, waar Hans en ik erg van genoten hebben. Thuis hebben wij nog een borrel gedronken op dit gedenkwaardige moment. De trofee heeft de dag erna een mooie plek gekregen voor het raam. Pas gisteren (zondag 8 februari) heeft de Award een ander plekje gekregen.

De zaterdag na de uitreiking was er weer een Dongens Trots Gala. Nu ging ik er echt heen als correspondent van het Weekblad. En weer kreeg ik aandacht. Dat had ik niet verwacht, maar het was erg leuk! Ik heb die avond op een andere manier genoten: van de warme ontvangst door Wouter en Liesbeth, van de gesprekjes met bekenden of minder bekenden, van de muziek van Kars van Nus. Kortom: van alles wat er die avond gebeurde. Aan het eind van de avond kwam er iemand langs met een schaal warme hapjes. Degene die de hapjes rondbracht, hield de schaal voor de neus van een van de aanwezigen. Die zei tegen de ‘hapjesrondbrenger’: ‘mag ik even aan jouw ballen zitten?’ Nou, dat moet je niet zeggen als er iemand naast je staat van de lokale pers, toch? ‘Zo, zij heeft je bij je ballen’, reageerde een van degenen die naast mij stond ad rem. En zo was het. Je denkt toch niet dat ik zo’n moment onopgemerkt voorbij laat gaan?

Genoeg over de Oeuvre Award en het Dongens Trots Gala, maar niet voordat ik iedereen bedank die op het idee is gekomen om mij te nomineren voor deze onderscheiding, erkenning en waardering: dank je wel, ik ben er superblij mee! En natuurlijk ook een dank je wel voor iedereen die heeft gereageerd op mijn berichtje op de sociale media: wat een mooie reacties heb ik gekregen. Ik ben er nog stil van. En natuurlijk ga ik door met het schrijven van verhalen en columns in het Weekblad Dongen. Jullie blijven nog een hele tijd van mij horen, of beter gezegd: jullie zullen nog een hele tijd mijn verhalen kunnen lezen!