Aan de Fazantenweg staat de laatste boomgaard van Klein Dongen. Toen eigenaar René Laurijsen in 2023 ongeneeslijk ziek werd, besloten hij en zijn partner Desirée de boomgaard te verkopen. Het verhaal van een fruitteler voor wie de oogstmaand altijd een van de belangrijkste tijden van het jaar was.

door Lia van Gool

Eerste appelboom

Eerst een stukje historie. ‘Martien Laurijsen plantte eigenhandig de eerste appelboom in 1961, aan de Fazantenweg in zijn geboortedorp Klein Dongen. Dat was de eerste van zo’n 16.500 bomen op 5,5 hectare grond. Zijn vrouw Lien verkocht een gedeelte van de oogst aan huis. René nam het bedrijf in 2007 over. Samen met zijn vriendin Desirée, die de huisverkoop van de appels en peren van schoonmoeder in 2013 overnam, runden zij het fruitteeltbedrijf aan de Fazantenweg.’

Nu naar het heden. Het fruitteeltbedrijf met de boomgaard aan de Fazantenweg is verkocht. Desirée en René (die helaas in 2023 op zesenvijftigjarige leeftijd is overleden) verkochten het bedrijf aan Marc Meijs. De nieuwe eigenaar heeft de boomgaard twee jaar in stand gehouden. Hij heeft nu besloten de boomgaard te ontmantelen. Daarmee komt, na bijna 65 jaar, een eind aan de laatste boomgaard van Klein Dongen.

Passie

‘René had een agressieve vorm van kanker’, vertelt Desirée in het huis dat zij nog samen met René heeft gekocht, maar waar René nooit heeft gewoond. René kreeg in juni te horen dat hij ziek was en hij is in november dat jaar overleden. ‘Hij heeft de laatste oogstmaand, in 2023, nog meegemaakt. Hij liep toen al met een rollator.’

De boomgaard was de passie van René, zijn kind, zijn levenswerk. Het lukte Desirée niet om de boomgaard voort te zetten. ‘Wij hebben samen besloten om de boomgaard te verkopen en te verhuizen.’ Omdat René geboren en getogen is in Klein Dongen, wilde hij graag in het dorp blijven wonen. ‘Als bij een wondertje hebben wij samen dit huis gekocht.’

René merkte zelf dat hij op een gegeven moment een groot aantal zaken niet meer kon. Hij ging slecht lopen en was bedlegerig. ‘Hij zag het einde naderen, maakte te veel ellende mee om zijn levenswerk nog voort te kunnen zetten. Hij kon slecht over zijn ziekte praten. René was een echte fruitteler. Hij ging elke dag naar de boomgaard. Hij had, bij wijze van spreken, “appel-genen”.’

’t is altijd wè

Desirée vond de boomgaard een fijne plek. Vooral tijdens de coronatijd genoot zij ervan om elke dag met de katten een rondje door de boomgaard te lopen. Toen René ziek was, liep Desirée ook elke dag in de boomgaard. Dat gaf haar rust in het hoofd. ‘Ik vond het fijn om even de boomgaard in te gaan.’

Ook toen de boomgaard al verkocht was, liep Desirée er nog wel eens een stukje. ‘Op een gegeven moment, toen ik door de boomgaard liep, dacht ik: wat is het fijn om hier rond te lopen… Ik heb toen bedacht om een ode aan de boomgaard te brengen.’ Desirée nodigde de plukkers, vrienden en bekenden die betrokken waren bij de boomgaard, uit voor dit eerbetoon.

‘Er was een vaste groep plukkers, merendeels vutters, die jarenlang elk jaar appels kwamen plukken. Zij werkten samen, kletsten, vertelden elkaar nieuwtjes.’ Eén van die plukkers, Henny Smits (die ook nog gewerkt heeft met Martien, de vader van René), maakte een prachtig fotoboek van de boomgaard. De foto’s geven een mooi beeld van de boomgaard.

Op een foto staat een groepje plukkers. ‘Geen tuinstoelen om op te gaan zitten bij de koffie. Nee, gewoon zitten op kisten. Of staand koffie drinken. Wat hebben wij het de laatste jaren toch goed gehad’, staat onder die foto te lezen. Op de laatste tekstpagina van het fotoboek staat: ‘Indien appelbomen konden praten, wat zouden ze dan allemaal vertellen? Ze zouden beginnen met “’t is altijd wè!”.’

Geen bloesem meer

Desirée mist de fijne rustige plek met vogels, bloemen, bijen en vlinders. ‘Nu heb ik een tuintje van 6 bij 6, vroeger was dat 5,5 hectare. Als straks de bomen weg zijn, is er geen bloesem meer, geen rode appeltjes…’

De boomgaard was echt René zijn ding. Desirée hielp af en toe mee met plukken en deed de verkoop aan huis. René vond het ook leuk om de media op te zoeken, gaat Desirée verder. ‘Hij was wel eens op de radio te horen, bij Giel Beelen, om te vertellen over zijn werk. En hij had contact met een fotograaf die de boomgaard in beeld bracht. Ook de Kleppers Lichtjestocht kwam regelmatig door de boomgaard. Dat was dan net de tijd dat de appels van de bomen waren.’

‘De appelboomgaarde’

Tot slot een stukje uit het gedicht dat Henny Smits schreef over de boomgaard, met als titel ‘De appelboomgaarde’.

‘Geplant door René’s hand,

gaf jullie vele appels jarenlang,

jullie roze bruidskleed o zo mooi,

sierde één keer in ’t jaar zo mooi,

dat René’s tuin de mooiste was…

Dwalende mijn gedachten door deze mooie boomgaard,

komen er nog dagen zo mooi als vroeger,

zulke dagen zullen er jammer genoeg nooit meer zijn…

Alleen thuis heb ik nog een fotoboek,

waarin de boomgaard staat,

met daarin de winkel met kisten appels en peren.

“’t is altijd wè”,

daardoor weet ik nog goed hoe mooi de boomgaard was.’

(De foto’s bij dit artikel komen uit het boek dat Henny Smits maakte.)