De Maaltijdenservice van de Stichting Welzijn Ouderen Dongen (SWOD) bestaat dit jaar vijftig jaar. Het idee voor het bezorgen van maaltijden is ontstaan in 1976, onder de naam Tafeltje Dekje. Zuster Angela van de Zusters Franciscanessen stond aan de wieg van Tafeltje Dekje. Uiteindelijk verdween Tafeltje Dekje. Daarvoor in de plaats kwam de maaltijdenservice van de SWOD. Zuster Angela kijkt, samen met bestuursleden Henk Snijders en Hans van der Velden van de SWOD terug op de afgelopen jaren.

door Lia van Gool

Kloosterkeuken

Vijftig jaar geleden, in juni 1976, werd Tafeltje Dekje opgezet. Zuster Angela was in die tijd hoofd van de keuken en er werden vele maaltijden gekookt voor de meisjes die in het internaat bij het klooster van de Zusters Franciscanessen woonden. “Toen het internaat opgeheven werd, waren er alleen nog zusters om voor te koken. Dat waren er toen nog over de honderd”, blikt zuster Angela terug. In totaal werden er in de toenmalige kloosterkeuken per dag ruim vierhonderdvijftig maaltijden gekookt (driehonderdvijftig voor de meisjes op het internaat, honderd voor de zusters en daarbij nog het eten voor het personeel). In die tijd bestond Huize Elisabeth (het Gasthuis) aan de Gasthuisstraat nog en ook was er, naast een klooster voor de zusters, een klooster voor de broeders. “Toen het idee ontstond voor Tafeltje Dekje, werd aan de drie instanties gevraagd wie daar voor zou kunnen zorgen. Alleen de zusters bleven over.” De zaak werd voorgelegd aan het bestuur van het klooster. Het bestuur ging ermee akkoord. Moeder overste vroeg aan zuster Angela, die in eerste instantie niet meteen toehapte, of zij de maaltijden zou willen verzorgen. Moeder overste vroeg zich af hoe dat dan zou moeten. “Ze zei tegen mij: ‘Weet je wat, slaap er nog een nachtje over, dan komen we er morgen op terug’.” Zij zei ook nog dat ik moest bedenken wat ik zou doen als mijn vader en moeder zonder eten zouden zitten. Toen wist ik het antwoord al. Als kloosterzuster heb je tenslotte gehoorzaamheid beloofd.” Zo ontstond Tafeltje Dekje in Dongen. Tafeltje Dekje bestond toen al in Nederland. Waar de oorsprong ligt, weet de zuster niet precies meer. “Waarschijnlijk vanuit het ouderenwerk of de Kruisvereniging.” Begonnen werd met het koken van drie maaltijden: geen keuzemenu, gewoon met de pot mee-eten. De heer Swaans Zwaans had toen de leiding, herinnert zuster Angela zich nog. Van lieverlee steeg het aantal vragen naar maaltijden. “De maaltijden werden in wegwerpdoosjes verpakt. De soep en de hoofdmaaltijd gingen onderin, bovenop kwamen de pudding en het fruit.” En hoewel de doosjes van wegwerpmateriaal waren gemaakt, werden ze toch hergebruikt. “Ik was een slechte voor de economie, vond de leverancier van de doosjes. Ik hield ze te netjes bij”, lacht zuster Angela.

Vijfentwintig jaar

Uiteindelijk heeft het klooster vijfentwintig jaar gezorgd voor warme maaltijden. Door de veranderingen in het klooster verdween de dienst uiteindelijk. “De keuken was veel te groot geworden voor het aantal maaltijden dat wij verzorgden. Het klooster werd steeds kleiner en besloten werd Tafeltje Dekje te laten vallen. Er waren toen honderdzeventig deelnemers.” Zuster Angela kijkt met plezier terug in de tijd. “Wij wisten niet beter, ieder had zijn eigen plaats in de keuken. De dieetmaaltijden werden eerst opgeschept. En om half twaalf ’s morgens waren wij klaar met ons werk.” Het eten werd elke dag vers gemaakt. Om alles warm te houden, werden de bakjes waarin de maaltijden werden bezorgd in bakken met warm water gezet. De braadslee met het vlees stond naast die bakken. De bezorgers hadden hun route goed uitgedokterd en op vrijdag moest zuster Angela optellen hoeveel maaltijden er die week gekookt waren. Die lijst werd opgehaald door de heer Brugman, een oud-militair. Ook de gemeente speelde toen al een rol.

Twaalf zusters

Zuster Angela werd vijfenzestig jaar toen het klooster stopte met koken voor Tafeltje Dekje. “Zuster Rafaël zei dat ik mocht stoppen. Een nieuwe keuken werd te duur en er waren ook koks die toen meehielpen.” Zuster Angela was achtentwintig jaar toen zij hoofd van de keuken werd, blikt zij terug. “Ik werkte toen samen met vier zusters en een paar meisjes.” Toen haar werk in de keuken wegviel, kreeg zuster Angela de taak om eten te verzorgen tijdens de verbouwing. Langzamerhand kreeg de zuster ook andere taken. “Ik heb me altijd overal mee bemoeid”, zegt zuster Angela. “En dat vind ik leuk. Het is allemaal goed gegaan.” Nu hebben de zusters Franciscanessen geen eigen keuken meer. “Wij (de twaalf zusters die er nu nog zijn) krijgen eten van de slager aan de overkant. Dat is kant-en-klaar en het smaakt goed.”

Negenendertigduizend maaltijden

Henk Snijders (SWOD) vertelt dat de maaltijden nu van Vermeulen Catering komen. “In het begin werden de maaltijden bij de Volckaert klaargemaakt, daarna zijn wij bij de keuken van een verzorgingsinstelling in Scheveningen uitgekomen, via de Food Professor in Waalwijk. Dat ging niet zo goed. Er kwamen veel klachten en mensen wilden geen gebruik meer maken van de maaltijdenservice. Zo’n elf jaar geleden zijn wij bij Vermeulen terechtgekomen.” Het aantal mensen dat nu gebruikmaakt van de maaltijdenservice is ruim tweehonderd. Voor de bezorging van de maaltijden zijn ruim vijfenveertig chauffeurs beschikbaar. De maaltijden worden bezorgd op maandag, woensdag en vrijdag. Het afgelopen jaar zijn negenendertigduizend maaltijden bezorgd in de hele gemeente.

Glimlach

Zuster Angela gaat door met haar terugblik. “De temperatuur van het eten moest 65 graden zijn. Dat werd allemaal nagemeten voordat het eten werd weggebracht.” In de keuken heerste een strikte volgorde voor het opscheppen: één iemand zorgde voor de aardappelen, eentje voor de groenten, eentje voor het vlees en een zorgde ervoor dat alles in de dozen terechtkwam. “Het was een soort lopende band. In vijftien tot twintig minuten was alles klaar. Het was gewoon goed. En nee, in het weekeinde kookten wij niet.” Zuster Angela is van oorsprong niet opgeleid tot kok. “Ik heb wel cursussen gevolgd en ik heb veel van anderen geleerd. Ik was nog heel jong toen ik intrad. Ik heb met heel veel leuke zusters mee mogen lopen. Wij hadden veel plezier met z’n allen.” Zuster Angela kan blijven vertellen: over de tijd dat er boter gedraaid werd in de grote kelder, over de periode dat er nog een koe of een varken werd geslacht door Janus de Rijer, over het vroegere hoofd van de keuken dat over de juspan commando’s stond te geven. Met een grote glimlach op haar gezicht haalt de zuster herinneringen op. “Het is een rijke tijd geweest”, besluit zij.