Tinus en Sjan van Dongen-van Dongen. waren woensdag 28 mei zestig jaar getrouwd. Zij kregen bezoek van burgemeester Hans Slagboom Op hun trouwdag hebben zij met een klein gezelschap gegeten bij Janssen & Janssen. Een dag later, op Hemelvaartsdag, vierden zij hun huwelijksjubileum bij De Gouden Leeuw.

door: Lia van Gool

“Ja hoor, je bent op het goede adres”, roept Tinus van Dongen vanaf het balkon van het appartement aan de Trappistenstraat. Zo begint de avond bij Sjan en Tinus van Dongen. Hun dochters Clasine en Maja zijn ook aanwezig en later komt één van de kleindochters een kopje soep eten bij oma en opa.

Zeventien jaar

Tinus (geboren op 14 december 1940 in een gezin van twaalf kinderen) en Sjan (geboren op 19 juli 1944 als nakomertje in een gezin van vijf kinderen) woonden allebei in de Wilhelminastraat. Zij hebben elkaar dan ook in Dongen ontmoet. “Wij werkten samen op schoenfabriek Arino aan de Geer. Wij kenden elkaar al heel erg lang. Tinus heeft verkering aan mij gevraagd met een briefje”, zegt Sjan. Tinus vult aan: “Ik zou nu nog steeds met dezelfde vrouw trouwen hoor!” Je trouwt immers om samen oud te worden, vindt Tinus. “Wij hadden net verkering toen ik zeventien werd. Toen we bijna vier jaar verkering hadden, zijn wij getrouwd. Wij moesten trouwen omdat ik in verwachting was van onze oudste dochter Clasine.”

Na Clasine (18 oktober 1965) werd dochter Maja geboren op 26 januari 1968. Na enkele jaren wachten werd stamhouder Carlos geboren (28 juli 1972). Tinus en Sjan hebben vijf kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen.

Twintig ambachten

Sjan heeft haar hele leven gewerkt. “Ik werkte tot mijn zevenenvijftigste bij ‘De Melis’, totdat de zaak failliet ging. Toen de fabriek dichtging, hoefde ik niet meer te solliciteren. Ik werkte ’s morgens tot 11.30, dan kwamen de kinderen uit school. Om één uur begon ik weer en ik was thuis als de kinderen uit school kwamen.”

Maja herinnert zich de tijd dat haar moeder thuiswerkte. “Wij hielpen mee om draden te plakken. Het hele huis aan de Planetenstraat stond vol met lijm en leer omdat ons ma thuis werkte.”

Vader Tinus heeft een tijd bij Van den Assum gewerkt. “Ze zeggen wel eens dat iemand twaalf ambachten en dertien ongelukken heeft gehad. Ik heb er wel twintig gehad. Ik heb één jaar in Pernis gewerkt. Alle andere banen die ik had, waren in Dongen.”

Meestal werkte Tinus bij schoenfabrieken. Zijn laatste werkgever was Gerba Windsor. Hij werkte daar ongeveer vijftien jaar en ging met z’n drieënzestigste met de VUT. “Nu zijn alle schoenfabrieken weg”, zegt Tinus.

Oranje Ford Escort

Lachend vertelt Maja over de oranje Ford Escort waarmee het gezin op vakantie ging. “Er zat een imperial met koffers op de auto, met een oranje zeil erover. Op een gegeven moment reden we door een plas en de auto viel stil, midden in die plas. En daar stonden we dan, bij Oude Tonge.”

Met plezier kijken ze terug op de vakanties in Nederland. Later gingen Sjan en Tinus samen op vakantie naar Oostenrijk, Turkije, Portugal en Joegoslavië. “Nu gaan wij niet meer op vakantie. Wij hebben nog twee hondjes.”

Vroeger fietsten Tinus en Sjan ook regelmatig. Dat gaat nu niet meer. “Pa liet zich gewoon in de struiken vallen tijdens het fietsen, zo langzaam fietste hij.”

Een tijdje terug is Tinus met zijn scootmobiel in een sloot gereden, toen Sjan en hij bij Clasine waren geweest. Sjan miste Tinus pas toen zij thuiskwam. “Ginne Tinus”, lacht zij. “Die lag op z’n kop in de sloot.” Gelukkig is Tinus uit de sloot gekomen en heeft hij niets ernstigs overgehouden aan zijn avontuur.

Rondje met de hondjes

Tinus heeft het beginstadium van Parkinson. Daarom heeft hij ’s morgens last met opstarten. Sjan kan niet goed meer lopen sinds zij een tweede nieuwe heup kreeg. “Ook op een kleiner fietsje kon ik niet meer fietsen. Ik heb het wel geprobeerd.”

Clasine vult aan: “Ze rijden nog wel auto hoor, hier in de buurt, als ze naar het ziekenhuis moeten en naar Oosterhout gaan. Ze hoeven niet altijd binnen te zitten.”

Tinus en Sjan hebben allebei een scootmobiel, een rollator en een stok. Met die rollator gaan zij vier keer per dag hun twee hondjes uitlaten. “Wij lopen dan een rondje rond de kerk. We hebben ieder een hondje vast en dat gaat goed.”

Als zij thuiskomen, gaan zij graag op het balkon zitten, “om alles op het Europaplein in de gaten te houden”. “Het is wel jammer dat er geen planten en bloemen meer op het Europaplein staan”, vindt Sjan.

En, de vraag die aan alle mensen wordt gesteld die zestig jaar of langer getrouwd zijn: hoe houden zij het zo lang vol samen?

“Het is geven en nemen. En altijd lief zijn voor elkaar.”

Gouden en witte ballonnen

Tot slot een persoonlijke noot: het toeval wil dat Tinus vroeger gewerkt heeft met mijn vader en opa. “Gij zijt er eentje van Kees van Gool”, zo begroette hij mij. Het gebeurt niet vaak meer dat ik mensen tegenkom die mijn opa en vader nog gekend hebben. Wat was dat leuk! Zoals trouwens het hele gesprek met Tinus, Sjan, Maja en Clasine dat was.

Nog leuker was dat ik bij Janssen & Janssen was toen Sjan en Tinus daar, op hun trouwdag, met een klein gezelschap kwamen eten. De tafels waar zij aan zaten, waren versierd met gouden en witte ballonnen. Natuurlijk heb ik Tinus en Sjan gefeliciteerd en een mooi feest gewenst voor de dag erna.

Sjan vertelde nog dat zij en Tinus het geweldig vonden dat burgemeester Hans Slagboom bij hen op bezoek was. “Wat een aardige man is dat.”