Minus en Riet van Gils waren 14 april zestig jaar getrouwd. Op die dag kwam burgemeester Hans Slagboom bij het paar op bezoek, met bloemen. Een paar dagen voordat Minus en Riet van Gils officieel zestig jaar getrouwd waren, vertelden zij hun verhaal.

door Lia van Gool

‘Drielandenpunt’

Riet en Minus waren buren toen zij aan de Steenovensebaan woonden, tussen Dongen en Rijen. ‘Het Drielandenpunt’, noemt Riet van Gils die straat. Zij woonden schuin tegenover elkaar en gingen te voet naar school in Rijen. De liefde tussen Riet en Minus is ‘van lieverlee’ gekomen, vertellen zij. “In de Steenovensebaan werd veel gedaan. Het was een gezellige buurt, er waren sportwedstrijden en jong en oud trokken met elkaar op. Minus was bij de rijvereniging. Minus en Riet gingen altijd uit in Dongen, bij ‘Jantje Timmers’ (Zaal Wilhelmina). “Wij gingen toen nog uit van zeven uur ’s avonds tot elf uur ’s avonds”, vertelt Riet. Ook herinnert Minus zich nog het Leo XIII-gebouw, dat stond ongeveer op de plaats waar nu de Jonkerboschflat staat.

Aardbeien

In 1967 ging het paar in Dongen wonen, in de Deken Batenburgstraat. In die tijd werkte Minus bij Verhulst als hovenier. Riet werkte toen thuis, zij stikte tassen voor Schellekens. Riet en Minus kregen twee zonen, Peter en Toine. Samen met zijn partner Petra kreeg Peter drie kinderen, Lieke, Aniek en Stef. Inmiddels is Peter opa van kleindochter Elin, die geboren is op 16 december 2024. Toine heeft mijn zijn partner Dorien één dochter, Jasmijn. Riet en Minus zijn trots op hun kinderen, kleinkinderen en sinds kort ook een kleinkind. Riet en Minus waren nog jong toen zij opa en oma werden. Hun oudste kleindochter Lieke is dertig jaar. Riet: “Vroeger zeiden we wel eens tegen mij: wat een leuke dochter hebt u.” In 1977 verhuisden Riet en Minus naar de Procureurweg, op de hoek. “Wij hebben daar bijna veertig jaar gewoond.” Aan de Procureurweg gebruikten Riet en Minus hun ‘groene vingers’ voor de teelt van allerlei groenten. Die werden zowel aan de veiling als aan particulieren geleverd. Er was een klein winkeltje. Maar waarschijnlijk zijn Riet en Minus het bekendst geworden door hun heerlijke aardbeien.

Van Verhulst naar de bus

Na zijn werk bij Verhulst, ging Minus als buschauffeur werken bij de BBA. “ik ben van Verhulst naar de bus gegaan. Toen had ik ook meer tijd om te tuinieren. Tuinieren zit in mijn hart. Eigenlijk is dat een beetje uit de hand gelopen”, zegt Minus. De standplaats van buslijn 127, waar Minus vaak dienst had, was Oosterhout. Naast buslijn 127 reed hij nog op een aantal andere lijnen, waaronder de Interliner. In 1980 volgde Riet haar Minus naar de bus. Minus: “Riet was de eerste vrouwelijke buschauffeur in de regio. Alleen in de buurt van Schiphol reden er toen vrouwelijke chauffeurs.” Riet vertelt waarom zij naar ‘de bus’ ging. “Ik zei altijd ‘als ik een groot rijbewijs had, wist ik het wel’. Zij haalde dat grote rijbewijs, solliciteerde en werd buschauffeur. “Ik heb eerst de schoolbus naar Breda gereden, twee keer per dag. Een betere inleiding kun je niet hebben als chauffeur”, lacht Riet. Zij vertelt dat het, in die beginperiode, regelmatig gebeurde dat zij bij een stoplicht stond en dat mannen dan naar haar keken. “Ik zag dat gebeuren. Vrouwen zaten naar mij te kijken en vertelden tegen hun man achter het stuur dat ik op de bus zat. Daarna keken de mannen ook. Het was leuk, al die reacties. Minus heeft zo’n twintig jaar als buschauffeur gewerkt, Riet zevenentwintig jaar. “Tot aan de VUT.” Riet reed ook regelmatig met een gelede-bus of een ‘harmonicabus’, zoals die ook wel genoemd werd. “Het was zo’n 18 meter bus, maar het rijden daarmee is allemaal te leren.” Toen Riet nog als chauffeur werkte, was Minus thuis aan de Procureurweg aan het werk. Riet: “Ik vond het heerlijk om, als ik klaar was met mijn dienst als chauffeur, op het land aan het werk te gaan met de aardbeien. Dat was een vorm van ontspanning.”

Vrijwilligerswerk

De woning aan de Procureurweg was een mooie plek, maar het was wel groot om bij te houden.” Op een gegeven moment werd het té groot. In 2016 verhuisde het paar naar het Rosariopark. “Wij hebben er nooit spijt van gehad dat wij verhuisd zijn. Wij wonen hier met veel plezier.” Riet en Minus zijn gelukkig nog goed gezond. Zij bewegen veel, gaan twee keer per week sporten en wandelen en fietsen graag. Zoon Peter is bij het gesprek aanwezig. Hij kijkt met enige trots naar zijn ouders, die inmiddels 77 en 80 jaar oud zijn. “Zij hebben het nog best wel druk en gelukkig kunnen zij nog goed fietsen en lopen. Fietsen doen zij wel elektrisch. De elektrische fiets is de uitvinding van de eeuw, vind ik.” Riet en Minus vinden de dagen te kort voor alles wat zij doen. Zo reden zij tien jaar voor de Zorgboederij en doen zij ook nu nog vrijwilligerswerk. “Ik ben vrijwilligster bij de KBO en schenk koffie voor oude mensen.” Riet moet lachen als zij dat vertelt. “Zij is de jongste”, vult Peter aan. Ook brengen Riet en Minus het maandblad van de KBO rond en verzorgt Riet de avondmaaltijd bij de zusters. “Dat is een broodmaaltijd. Ik zet alles klaar en zorg voor koffie en thee.” Vakantiegangers zijn Riet en Minus niet. Wel gingen zij vijfendertig jaar op wintersport, ook wel met de kinderen en kleinkinderen. “Vroeger gingen wij wel kamperen, met de kinderen. Wij hadden het eigenlijk altijd goed naar onze zin thuis. En ook nu gaan wij niet met vakantie, wel af en toe een paar daagjes weg met de fiets.”

‘Houden van’

Tot slot de vraag hoe Riet en Minus het zestig jaar met elkaar volhouden. Riet: “Het gaat gewoon. Goed luisteren naar elkaar, geen geheimen hebben voor elkaar.” Minus: “Het is houden van.” Je kunt niet meer zonder elkaar, vindt het zestigjarige bruidspaar. “Je bent gehecht aan elkaar. Je doet veel dingen samen en je moet ook nog een beetje een eigen leven leiden.”