Op een zeer warme woensdagochtend ging burgemeester Hans Slagboom op bezoek bij Kees en Ineke Jolie-Gommer, die zestig jaar getrouwd waren. Het was druk in de versierde tuin achter de woning aan de Bizetstraat: de kinderen waren er met hun partners en er was een groot aantal kleinkinderen aanwezig. De grote taart die de burgemeester meebracht, werd voorzichtig aangesneden, omdat er een foto van het bruidspaar op stond van zestig jaar geleden.
door Lia van Gool / foto's Jan Stads (Pix4Profs)
Heimwee
Kees en Ineke spiegelen elkaar eigenlijk al vanaf kinds af aan. Kees is de oudste broer in een gezin met drie zussen en Ineke is de oudste zus in een gezin met zes broers. Ook waren ze beiden erg goed in hun respectievelijke sport. Ineke is vroeger bijna geplaatst voor de Olympische Spelen van Tokio in 1964 op het onderdeel Hordelopen en deed veel mee aan kampioenschappen zwemmen bij de Vennen. Dat Ineke uiteindelijk toch niet naar de Olympische Spelen ging, kwam door het feit dat ik heimwee had. “Ik mocht naar de Spelen, maar ik was te bezorgd om mijn zes broers. Daarom ben ik niet gegaan”, zegt Ineke, nu meer dan zestig jaar later. Kees was erg goed in karten en heeft zelfs prins Bernhard op bezoek gehad in het toenmalige Kartingcentrum aan de St. Josephstraat.
Zanzibar
Het verhaal van Kees en Ineke begint in de jaren zestig. Kees was met vrienden stappen in de Zanzibar in Tilburg. Ineke was op dat moment in de Looiersbeurs. Een vriendin van Ineke vroeg of zij naar de Zanzibar wilde komen. Daar zouden namelijk wat leuke Duitsers lopen. Het bleken geen Duitsers te zijn, maar leuk waren ze wel, of in ieder geval één ervan en dat was Kees. Zo ontmoetten Ineke en Kees elkaar. “Ja, het was liefde op het eerste gezicht”, klinkt het eensgezind uit de monden van Ineke en Kees. “Wij hadden onze eerste afspraak op de Oisterwijkse kermis. Wij liepen samen naar huis en Ineke vond dat we maar zo langzaam mogelijk moesten lopen. De eerste kus was achter de schuur in het paadje achter het huis waar Ineke woonde.”
Doopnamen
Toen Kees en Ineke elkaar net kenden, ging Kees in militaire dienst. Hij was gestationeerd in Katwijk aan Zee en voer op de Karel Doorman. “Die hebben ze verkocht”, weet Kees nog. “Anders had ik naar Haïti gemoeten.” Het begin van de dienstperiode was niet gemakkelijk voor Kees. Zijn vader overleed zes dagen nadat de dienstperiode begon. Na de diensttijd van Kees legde hij de focus volledig op zijn grote liefde. Op 24 juni 1966 trouwden Kees en Ineke. Ineke verhuisde vanuit haar ouderlijk huis in Tilburg naar de bovenverdieping van een huis aan de Saturnusstraat. Daar werd, op 18 mei 1967, hun dochter Marie-Louise geboren. Daarna verhuisde het gezin naar de Rijensestraatweg. Kees werkte toen als onderhoudsmonteur bij Van den Assum. Zijn contract werd helaas na twee jaar niet verlengd en dat betekende dat zij ook het huis aan de Rijensestraatweg moesten verlaten. Zij verhuisden naar een nieuwbouwwoning aan de Bizetstraat. In het nieuwe huis werden hun zonen Louis (10 november 1968) en Eric (7 februari 1970) geboren. Kees en Ineke wonen nog steeds aan de Bizetstraat. Inmiddels hebben zij elf kleinkinderen en zijn er twee achterkleinkinderen op komst. Voor de namen van hun kinderen hebben zij de doopnamen van hun ouders gebruikt. En, vertelt Kees: “Door ons huwelijk zijn de textiel uit Tilburg en het leer uit Dongen bij elkaar gekomen.”
Gevloekt
Terug naar het verleden. Kees ging op zijn veertiende bij zijn vader in het bedrijf werken. Híj heeft een technische opleiding gehad, is schoenmaker geweest en werkte een aantal jaren bij Emmendo. Zo’n veertig jaar werkte hij bij Van Dal. Daarna ging hij ‘in de riemen’ werken, bij Timmermans. “Ik maakte daar stansen. Ik heb daar tot mijn tweeënzeventigste gewerkt. De laatste jaren werkte ik een aantal dagdelen.” Ineke werkte onder meer bij een hotel en later bij de dominee. Na haar werk bij de dominee, ging zij bij een garenfabriek werken. “Dat was wel een overgang, van de dominee naar de fabriek. Ik heb daar in de fabriek regelmatig gevloekt, omdat de draad brak.” Later deed Ineke veel thuiswerk. Zij was stikster bij de Jal. “Ons mam stikte laarzen en die moesten ingelijmd worden. Als wij uit school kwamen, hielpen wij mee en wij legden de gelijmde spullen buiten om te drogen. Later werkte Ineke ook nog voor Timmermans (later Timbelt). Er worden volop herinneringen opgehaald aan de tijd dat de kinderen nog thuis woonden. Intussen legt Kees aan de burgemeester uit hoe je kunt zien of een riem echt leer is. “Je kunt een vlammetje bij een leren riem houden en die verbrandt niet, als een riem niet van echt leer is, verbrandt die wel.”
Elftal aan kleinkinderen
Naast drukke werkzaamheden en een druk gezinsleven hebben Kees en Ineke zich ook op andere vlakken druk bezig gehouden. Ineke is blijven zwemmen en doet dit nog steeds iedere vrijdagochtend bij De Vennen. Kees houdt zich veel bezig met de Dongense Heemkundekring. Hij heeft de Vlaamse Schuur mee opgebouwd en kijkt daar met veel plezier op terug. Ook ging het gezin veel op vakantie. Marie-Louise ging als baby al mee op vakantie. “Wij gingen altijd op vakantie met z’n allen.” Ook nu gaan Kees en Ineke nog regelmatig op vakantie, vaak met Bolderman. “Dan hoef je pas ’s morgens op tien uur weg als je op excursie gaat.” De laatste grote reis was naar Noorwegen en Zweden. “Wij zijn daar op bezoek geweest bij onze kleindochter, die daar studeerde.” Kees en Ineke kijken met een lach op hun gezicht rond in de tuin, die woensdagmorgen. “Wij hebben ons eigen elftal aan kleinkinderen”, geniet Kees. Bijna alle kleinkinderen zijn er die ochtend dan ook bij.
Beetje mopperen
Tot slot: wat is het geheim van zestig jaar getrouwd zijn? “Af en toe ruzie maken en het weer goed maken”, vindt Ineke. “Wij hebben het goed samen”, zegt Kees. “En je mag best af en toe eens een beetje mopperen.” Afgelopen zondag heeft het gezin gefeest bij Opener. “We hebben meteen mijn verjaardag gevierd”, vertelt Kees. “Wij zijn vier dagen voordat ik eenentwintig jaar werd getrouwd.”
