Joe (journalist uit Jemen) woont nu al bijna drie jaar in Noodopvang De Nestel. Hij is dankbaar voor alles wat de gemeente Dongen en de mensen in Dongen voor hem doen, maar weet na drie jaar nog steeds niet waar hij aan toe is. En hij is niet de enige bewoner van De Nestel die niet weet waar hij aan toe is. Hij vertelt zijn verhaal, waar nodig ondersteund door locatiemanager Jady Oerlemans van het Rode Kruis.
door Lia van Gool
Drie jaar
“Ik heb geen idee hoe lang het duurt voordat ik mijn tweede interview heb met de IND, ik ben er nog steeds op aan het wachten. Ik hoop dat iemand mij kan helpen”, zo begint Joe zijn verhaal. “Ook de gemeente weet niet hoe de zaken ervoor staan. De vorige locatiemanager heeft tegen mij gezegd dat zij niets voor mij kan doen.” Ook het Rode Kruis kan niets doen voor Joe en de andere bewoners. “Wij hebben geen contacten bij de IND”, zegt Jady Oerlemans. “Wij weten niets over het proces. Alles gaat langzaam. Ook het COA kan geen duidelijkheid geven.” Joe had het eerste interview met de IND toen hij hier kwam. En nu zit hij dus al bijna drie jaar te wachten op het tweede interview. “Er zijn veel meer mensen zoals ik. Zij blijven stil. Wij willen graag dat wij iets kunnen doen om aan deze situatie een einde te maken.” Jady vult aan: “Zij hebben geen woorden meer voor hun verhaal, omdat het hele proces zo lang duurt.” Niet alleen COA en IND zijn schuldig aan deze situatie, het ligt ook aan de regering, die de plannen voor de nieuwe asielwetten en -regels steeds maar uitstelt of geen beslissingen erover neemt.
Alleen maar wachten
“Kijk, wij zijn hier”, wil Joe schreeuwen. “Wij danken jullie voor alles, maar wij zijn geen nummer. Ik kwam hier voor het eerste interview en was daar blij mee. Maar nu voel ik mij, en met mij vele anderen, slechts een nummer. Ons leven staat op pauze, wij ervaren te veel stress.” Het voelt alsof Joe hier voor niets zit. “Ik ben alleen maar aan het wachten, aan het stressen. Elk normaal ding baart je zorgen. Het lijkt alsof ik hier niet ben, omdat ik maar een nummer ben.” Joe vertelt dat het stil is, hij heeft zijn zin in het leven verloren, hij heeft geen motivatie, ervaart geen opwinding, niks…..Soms valt er een stilte in het verhaal dat Joe vertelt en hij kijkt even weg, weet niet meer wat te zeggen….”Je hebt teveel tijd om niets te doen, denkt alleen maar over je problemen. Ik probeer er wel het beste van te maken.” Dat probeert ook het Rode Kruis. De medewerkers proberen de bewoners aan alle kanten te ondersteunen en te helpen. Het Rode Kruis wil graag dat de mensen actief bezig zijn. Zo vraagt het Rode Kruis bijvoorbeeld om als vrijwilliger mee te gaan helpen bij de Nijmeegse Vierdaagse. “Ik ben daar al een keer geweest”, zegt Joe. “Het was leuk om te doen. Ik ga dit jaar weer naar Nijmegen.”
Nieuw leven
In de beginperiode heeft Joe Nederlandse lessen gevolgd. “Ik kreeg taalles van Jan. Ik vond het leuk om te doen. Ik ben er nu mee gestopt, omdat ik helemaal niks weet. Ik weet niet eens of ik het straks nodig heb dat ik de Nederlandse taal spreek.” De journalist uit Jemen kan niet terug naar zijn land. “Ik ben journalist, je weet hoe de situatie in het Midden Oosten is.” En weer is Joe stil. Dan gaat hij verder. “Je kunt je niet voorstellen hoe mijn situatie is. Ik accepteer het wel. Ik wil proberen om in contact te komen met iemand van de IND, of met iemand die iemand daar kent.” Jady kent helaas niemand bij de IND. “Ik zou willen dat ik meer zou kunnen doen. En ik weet dat de mensen van het COA hun best doen. Dan zegt zij tegen Joe: “Ik probeer alles voor jou zo comfortabel mogelijk te maken. Ik weet dat jij wil beginnen om je leven op te starten.’ En dat wil Joe graag: een nieuw leven opstarten in Nederland, net als zoveel anderen die hier op De Nestel wonen.
Landelijke kranten
Joe schrijft nog steeds, vertelt hij. Jady vraagt hem waarom hij zijn verhaal niet zelf opschrijft. “Jij bent journalist, jij kunt jouw eigen verhaal schrijven en dan sturen wij het artikel samen naar de landelijke kranten. Als jij het zelf schrijft, komen er meer emoties vrij dan wanneer je je verhaal aan een ander vertelt.” Joe heeft hierop even niks meer te zeggen. Hij wordt steeds stiller, het verdriet is zichtbaar in zijn ogen. Even lichten de ogen van Joe op als hij vertelt over de tijd dat hij bij De Nestel in de catering werkte met Thijs. “Ik heb eerst als vrijwilliger in de catering gewerkt., daarna werkte ik met en voor Thijs. Ik vond dat een hele leuke tijd. Ik heb nog steeds contact met Thijs.” Momenteel doet Joe geen vrijwilligerswerk meer.
Tot slot zegt Jady dat zij het moedig vindt van Joe dat hij zijn verhaal heeft verteld. “Veel mensen durven dat niet, jij wel. Daar kun je trots op zijn.”
