Piet en Net Kemmeren-van Bavel waren op 13 oktober zestig jaar getrouwd. Hun huwelijk, zestig jaar geleden, ging bijna niet door. Op vrijdag de dertiende ging het paar eerst naar het gemeentehuis en daarna naar de kerk. In de kerk zag de pastoor dat er een fout was gemaakt. Piet was in feite getrouwd met de vader van Net. Er was veel consternatie en er werd gevreesd dat het huwelijk niet door kon gaan. In de feestzaal stond alles al klaar. Wal, de broer van Piet, had de bierkratten daar al zo hoog opgestapeld dat de stapel boven het open dak uitkwam. Gelukkig liet de pastoor het huwelijk doorgaan. Piet moest de maandag erna wel naar het gemeentehuis om alles uit te leggen. Uiteindelijk kwam het allemaal goed. Burgemeester Hans Slagboom luisterde naar het verhaal dat Piet en Net Kemmeren vertelden over de vreemde start van hun huwelijk.

Door Lia van Gool

Formeel scheiden

“Ik had het niet breed toen ik op maandag naar het gemeentehuis ging”, vertelt Piet Kemmeren. “Iedereen kende het verhaal al. Ze zeiden ‘daar komt-ie aan’.” Dat Piet op maandag na zijn huwelijk naar het gemeentehuis moest, kwam door het gebeurde in de grote kerk op de Markt in Oosterhout. “Het was een grote schok. Als het huwelijk niet door had kunnen gaan en alles niet was opgelost, had ik formeel moeten scheiden van mijn schoonvader.” Het hele verhaal over de valse start van het huwelijk van Piet en Net Kemmeren-van Bavel was enkele weken geleden te lezen in BN DeStem.

Pleisters

Piet Kemmeren werd geboren in Dongen in de Kardinaal van Rossumstraat, op 2 augustus 1941, vlak bij schoenfabriek Smits. Piet komt uit een gezin met vier kinderen. “Toen ik veertien jaar was, is mijn vader verongelukt in Tilburg, samen met zijn broer. Ik was de oudste en ging werken. Ik verdiende toen tien gulden per week en werkte ook op zaterdag.” Piet ging werken in de schoenindustrie, bij Leijten. “Ik werd leersnijder. Ik was zo klein dat de snijtafel die gebruikt werd, te hoog was. Er moest een pallet onder gezet worden.” Piet werkte er zeven jaar en maakte in die tijd schoenen voor het hele gezin. Net werd geboren aan de Keiweg in Oosterhout, naast de wagenmaker, op 2 juli 1944. Zij kwam uit een warm gezin, met zeven kinderen. Net ging dansen bij Janus de Nijs in Oosterhout en ging ook naar kermissen, soms zelfs naar Rotterdam. Net werkte eerst bij een drankenhandel en bij Trenco. “Daar werden overhemden gemaakt. Ik heb daar gewerkt in de strijkerij, totdat wij trouwden. ’s Morgens moesten wij pleisters aan onze vingers doen, omdat die kapot gingen door het werk”, vertelt Net. Na haar huwelijk heeft Net niet meer gewerkt. “Ons moeder was een echte huismoeder. Zij was er altijd voor de kinderen”, zegt dochter Patricia, die bij het bezoek van de burgemeester aanwezig is. “Toen wij pas getrouwd waren en nog geen kinderen hadden, ging ik regelmatig op het brommertje naar Oosterhout, via de Oosterhoutsebaan”, lacht Net.

Wandelen

Toen Piet en Net jong waren, was de jeugd veel buiten. “Zij gingen wandelen. In Dongen vanaf Krasnapolsky tot aan de Koepelkerk. In Oosterhout op de Markt. Daar hebben wij elkaar leren kennen. Wij riepen de meiden na”, vertelt Piet. Net en Piet zagen elkaar op straat en Net kwam naar Dongen. Na hun huwelijk ging Piet werken bij de chemische fabriek van Verbunt en het paar kreeg een woning toegewezen aan Glorieux. De drie kinderen van Piet en Net zijn daar allemaal geboren. Piet veranderde van baan en het gezin moest verhuizen. Zij kregen een woning aan de Marsstraat. “Daar wonen wij nu al achtenveertig jaar.” Piet heeft zijn hele leven in Dongen gewerkt. “Mijn laatste baan was bij De Salamander. Ik heb de eerste Salamander zien afbreken en de tweede zien bouwen.”

Dubbele geelkopamazones

De kinderen van Net en Piet wonen allemaal in Dongen. Zij hebben drie kleinkinderen, een tweeling (jongens) en een meisje. “De kleinkinderen werden acht dagen na elkaar geboren! Nu zijn ze alle drie achttien jaar.” Net en Piet pasten altijd op de kleinkinderen. “Zij stonden ’s morgens om zeven uur op de stoep. In onze woonkamer stonden twee boxen en drie kinderstoelen. De tuin was helemaal omgebouwd voor de kinderen.” De grote hobby van Piet, het houden van vogels, moest wijken voor de kleinkinderen. Piet vertelt graag over zijn hobby. “Ik heb eerst zebravinken gehad. Daarna had ik grijze roodstaarten en dubbele geelkopamazones. Die vogels moesten ingevoerd worden. Ik was de eerste in Dongen die zulke grote vogels kweekte.” Die jonge vogels moesten op bepaalde tijden gevoerd worden met een kropnaald. “Dat deed ik tussen mijn werk door. Dat kun je je nu niet meer voorstellen, toch? Maar ik bleef dan ook altijd langer werken.” Door de komst van de kleinkinderen kwam een eind aan een hobby van veertig jaar.

Ezel Charlie

Vakanties werden vroeger met het hele gezin doorgebracht in Koudekerke op een camping in een huisje. Zij gingen daar zeker wel twintig jaar naartoe en maakten regelmatig grote Molukse feestavonden mee. “Daar kon alles. We kwamen daar gewoon met ezel Charlie, die normaal in de wei stond, de kantine binnen”, herinneren Net en Piet zich nog. Vanaf de zilveren bruiloft gingen de reizen naar onder meer Spanje en Bali. Piet vertelt dat hij regelmatig ‘ondeugend’ is geweest tijdens de vakanties. “Pap is van de avonturen en hij is ondeugend”, glimlacht dochter Patricia. “Ons pa deed alles, hij ging zweefvliegen, tokkelde van een toren in Valkenburg en wij hebben met z’n allen een ballonvaart gemaakt.” Nu heeft het paar weinig hobby’s meer. Piet gaat nog wel regelmatig biljarten bij Europlus, daar loopt hij met de rollator naartoe. Net gaat met kleindochter Anastasis bij Europlus naar de bingo. “Dat is het oma-kleindochter-uitje!”

Geven en nemen

Burgemeester Hans Slagboom vraagt zich tot slot af hoe je het zestig jaar volhoudt. “Het is al bijzonder dat wij het gehaald hebben”, vinden Net (82) en Piet (85). “Niet iedereen haalt het.” En een geheim? “Geven en nemen. Daar moet je het op houden. Wij maken weinig ruzie.” Deze week hield het diamanten paar een feestweek. “Wij hebben op dinsdag, woensdag en zaterdag bezoek gehad, allemaal gewoon thuis. Dat was heel gezellig.”