In een aantal stallen en een schuur achter de woning van Wiel Jeurninck is een museum ondergebracht. Wiel’s Verzameling staat op de deur. Het bescheiden bordje op de deur dekt de lading niet van alles wat zich achter die deur bevindt: een compleet museum, grotendeels ingericht met spullen die Wiel Jeurninck in de loop der tijd verzamelde. In verband met de leeftijd van Wiel (hij wordt binnenkort 92 jaar) heeft hij zijn museum ondergebracht in een stichting. Stichting Wiel’s Verzameling. “Ik wil graag dat de verzameling blijft bestaan als ik er niet meer ben.”
door Lia van Gool
Telex en fax
Binnen valt het grote aantal strijkbouten als eerste op. “Ik denk dat er wel zeventig of tachtig staan”, zegt Wiel Jeurninck. “Kijk, dit strijkijzer werd nog met kolen gestookt en deze is van een kleermaker geweest. De strijkijzers komen uit heel Europa”. Op een andere plaats staat een zandploeg. “Kijk, deze ploeg moest niet te diep de grond in, omdat die bestemd was voor zandgrond”. Wiel Jeurninck weet het verhaal van elk stuk dat in zijn museum staat. “Ik denk dat ik wel vijf of zes musea kan vullen. Ik kom regelmatig op Texel en ga dan naar een museum van een timmerwerkplaats. Ik denk dat daar ongeveer 10% staat van wat ik heb”.
De rondleiding gaat intussen door. Wiel laat een bijzondere grammofoonplaat zien. Het lijkt op een stuk oud, roestig ijzer met daarop allerlei uitstekels. Het blijkt een grammofoonplaat te zijn uit Tsjechië. Op een andere plaats staat een harmonium, gered van de brandstapel. “Het is gebouwd in Amerika, voor de oorlog, en er zit nog varkensblaas in”.
De verzameling is eindeloos. Er staan onder meer een houten kassa, de eerste draagbare computer, een telex, een fax en ouderwetse typemachines. “Ik moet jonge bezoekers vaak uitleggen wat een telex of een fax is. Dat weet de jongere generatie niet meer”. Wiel is trots op de verzameling schaven die hij heeft, het zijn er honderd. “Er kwam een keer een architect die op zoek was naar een speciale schaaf. Hij heeft bij mij gevonden wat hij nodig had. Ik heb die schaaf aan hem meegegeven en kreeg er een andere voor terug. Zo is de verzameling op honderd gebleven”. In een andere ruimte staat een flessenverzameling. Daarvan zijn vooral de kleurige bierflessen prachtig.
Reserveofficier
En verder gaat Wiel. Langs een ponsmachine, langs naaimachines, accordeons, een trog voor het maken van deeg in de oorlog, een buiskachel en de klokkenafdeling. Via een houten trap kunnen bezoekers naar boven, waar complete militaire uitrustingen te zien zijn van Engelse en Amerikaanse militairen. “Ik heb zelf vijfendertig dienstjaren achter de rug als reserveofficier. Ik ben geëindigd als luitenant-kolonel. Uit mijn tijd bij de NAVO heb ik een grote verzameling schildjes boven hangen”.
De verzamelwoede van Wiel begon zo rond zijn twintigste. “Ik heb veel gereisd en ik heb internationaal gewerkt. Tijdens die reizen heb ik veel spullen meegenomen. Zo is de verzameling gegroeid. Ook heb ik spullen gekregen uit woningen die leeggemaakt zijn”. Hij wijst intussen op de Katholieke Illustratie uit 1904 en de Panorama en Revue uit 1955. “Dit moet je toch nooit weggooien?”, vindt Wiel.
Het museum is gevestigd in paardenstallen die niet meer gebruikt worden. “Eind vorig jaar hebben wij vier maanden gewerkt om het museum uit te breiden en in te richten. Ik denk dat er nu ongeveer tien thema’s zijn”.
Military
Op de sportafdeling staat een aantal attributen dat Wiel zelf nog heeft gebruikt in zijn sportieve leven, zoals bijvoorbeeld de duikuitrusting, waaronder het onderwatergeweer. Op de paardenafdeling is 80% van de museumstukken van Wiel zelf. “Ik heb jarenlang wedstrijden gereden. Zo deed ik mee aan internationale military’s. Ik heb de Military met deelnemers uit Nederland, Duitsland en België gewonnen toen ik net kapitein was”.
Op een aantal foto’s staat Wiel met zijn paard Victor. “Victor was het beste paard uit mijn leven. Je hebt maar één paard nodig in je leven. En dat paard was Victor”. Victor is 32 jaar geworden. Samen met Victor reed Wiel, toen hij tegen de tachtig liep, nog een military.
Paardrijden is een passie van Wiel. “Ik heb tot mijn tachtigste paard gereden en tot mijn achtenzeventigste ging ik nog van de zwarte skipiste in Italië. Toen dat niet helemaal goed meer ging, ben ik gestopt”. Wiel gaat weer verder. “O ja, ik zoek nog oude voetbalschoenen, een oude voetbal en een houten slee”.
Wie denkt dat met de rondgang door het museum een eind komt aan de tentoonstelling van allerlei museumstukken, heeft het mis. Ook het woonhuis van Wiel is één groot museum… van de originele tegels in de keuken tot de wapens uit de tijd van het regiment van de koning en de jachttrofeeën.
Wiel’s Verzameling
Terug naar ‘Wiel’s Verzameling’. “Het museum is een paar keer per jaar open. Mensen komen dan individueel of in groepjes. Het lukt mij nog wel om bezoekers één op één rond te leiden. Maar groepen wordt lastiger. Je moet op iedere afdeling iemand hebben als er mensen zijn. Daarom zoek ik vrijwilligers voor onder andere onderhoud, toezicht en uitleg”.
Wie graag als vrijwilliger aansluit bij de passie van Wiel Jeurninck, kan contact met hem opnemen. Hij is telefonisch bereikbaar op nummer 0162-320708 en op zijn mobiele nummer 06-22563364. Het museum is gevestigd aan de Klein Dongenseweg 43.
