Rechtgeaarde natuurliefhebbers willen niets liever dan een nog groener Dongen, liefst met inheems groen. Dat valt nog niet mee, want zie er maar eens aan te komen: echte inheemse planten. De meeste planten die zelfs de naam dragen van wilde soorten, zijn dat in werkelijkheid niet. Vaak gaat het om verder gekweekte planten die langer bloeien en grotere bloemen geven. De natuur is daar echter streng in en straft ons gelijk af.
Een mooi voorbeeld zijn viooltjes. De echte bosviooltjes hebben een heerlijke geur, de gekweekte vorm van deze bosviooltjes heeft grotere bloempjes, maar de geur ontbreekt haast helemaal. Bijen, hommels en andere insecten vliegen dan ook niet op deze soorten. Hetzelfde geldt voor enorm veel bloemen: groter wil echt niet zeggen beter voor onze insecten. Geuren spelen in de natuur wat dat betreft een belangrijke rol en daar houd je insecten niet mee voor de gek.
Zoektocht
Als je al wat langer bezig bent met wilde planten, dan weet je waar je op moet letten. Latijnse namen onthullen vaak het geheim, want als je goed oplet, staat er bij veel planten een extra toevoeging op deze Latijnse naam. Haast altijd is er dan mee voortgekweekt; men probeert zo grotere bloemen aan de plant te krijgen. Grotere bloemen zijn voor de meeste mensen aantrekkelijker, kijk maar eens goed rond in tuincentra. Nog zo’n mooi voorbeeld is de clematis. De echte wilde clematis, Clematis vitalba, ook wel bosrank genoemd, heeft kleine sierlijke bloempjes. Ook bij deze plant speelt de geur een belangrijke rol in de aantrekkingskracht. Zijn ze uitgebloeid, dan geven ze nog een extra sierwaarde door de prachtige zaaddozen. Uit deze wilde bosrank zijn allerlei variëteiten voortgekweekt, met steeds grotere bloemen. Allerlei kleuren zijn zo ontstaan, maar ga er eens bij staan kijken: niet één insect benadert deze bloem, simpelweg omdat er geen geur aan zit.
Sneller
Veel plantmateriaal moet steeds sneller opgroeien, dat betekent een kostenbesparing voor de kweker, want men kan zo meer opbrengst krijgen door meerdere kweekrondes achter elkaar. Je ziet dit bij siergewassen, maar zeker ook bij onze groenten en fruit. Als je al wat ouder bent, dan weet je nog hoe de aardbei van de koude grond smaakte: lekker sappig en zoet. Nu moet deze vrucht het hele jaar op het schap staan, zo lijkt het althans. Van heinde en ver worden de vruchten aangevoerd, snel gekweekt in de kas. Gevolg: lange reizen, dus moet de vrucht niet al te rijp zijn en tegen een stootje kunnen. We willen het allemaal zo graag: een smetteloze aardbei, liefst zo groot mogelijk. Dan moet je wel op kwaliteit inboeten. Wat voor de aardbei geldt, geldt ook voor allerlei andere vruchten en groenten.
Wilde planten
Hoe kom je dan toch aan wilde planten? Je moet er een zoektocht voor opzetten. Gelukkig komen er steeds meer kwekers die zich specialiseren in inheems plantmateriaal. Bij de bekende tuincentra in onze directe omgeving vind je deze echte inheemse planten ook op de tafels. Zelf kweken is natuurlijk ook een optie. Dat gaat simpel, maar kost wat meer tijd. Je moet ervoor op pad en er de tijd voor nemen. Zo zul je moeten wachten tot planten gebloeid hebben. Wandel je door de natuur, dan neem je een zakje of klein bakje mee en verzamel je zaad. Natuurlijk doe je dit verantwoord en pluk je niet alles af. Nee, je schudt het zaad uit de zaaddoosjes in het zakje. Thuisgekomen strooi je het zaad in een bakje of schaaltje, of meteen in de grond. Je haalt er even een hark overheen en laat de natuur zijn gang gaan. Na een poos zie je de eerste plantjes al verschijnen en binnen de kortste keren de eerste bloempjes. Het kost wat geduld, maar dan heb je ook wat.
Insecten
Er is op dit moment veel aandacht voor insecten. Men beseft hoe afhankelijk we zijn van deze kleine beestjes. De bij krijgt vanzelfsprekend alle aandacht, maar dan gaat het vooral om de honingbij. Er zijn echter tal van andere wilde soorten bijtjes, hommels en allerlei zweefvliegen. Zij hebben dezelfde voorname rol: zorgen voor bestuiving, en dat doen ze met verve. Steeds meer hoor je over allerlei vijandige beestjes. De mens reist immers veel en sleept allerlei goederen van de ene kant van de wereld naar de andere. Zo komen er allerlei exoten ons land binnen; overigens geldt dit ook voor de honingbij. Want ook die is allang niet meer van Nederlandse oorsprong. Jaarlijks wordt er levendig handel in gedreven en komen er rassen uit het verre buitenland. Meestal gaat het dan om soorten die sterker zijn en meer honing produceren. De honingbij is natuurlijk geen probleem, maar een hoornaar als de Aziatische wel. Want deze eet nu eenmaal insecten, en dan is een bijenkast als het ware een warm buffet. De imkers zijn juist nu extra alert op deze Aziatische hoornaar en doen hun uiterste best deze weg te vangen. Daar kunt u aan meehelpen. Ziet u een dergelijke hoornaar, dan kunt u dit melden bij de plaatselijke imkers.
Natuurlijke vijand
Het wachten is eigenlijk op een natuurlijke vijand. In Zeeland zijn de eerste al gearriveerd: de bijeneter. Die lust in ieder geval een Aziatische hoornaar, maar ook een lekker malse honingbij. Hoe leg je die vogel uit dat hij die juist niet mag pakken? De natuur is een complex systeem waar we alles van denken te weten, maar is dit daadwerkelijk ook zo? Er valt nog veel te leren van de natuur, ook van de kracht van de natuur. Vergeet niet: veel in deze wereld komt voort uit diezelfde natuur. Blijf genieten en leer haar beter kennen.
Natuurman Christ, Natuurvereniging Ken en Geniet.
