Enige jaren geleden waren er al plannen om het Kerkebos aan te pakken. De gemeente had het Groenbeheersplan gedeeltelijk uitgevoerd. Daarna was er niet veel meer gedaan aan het onderhoud van het Kerkebos. Alleen de bomen met ’masterpotentie’ bleven staan. Opschot, hulst en hedera maakten het bos donker en de stinzenplanten waren daardoor bijna verdwenen. De bewoners hebben hun krachten gebundeld en zijn begonnen om het Kerkebos weer nieuw leven in te blazen.
door Lia van Gool
De plannen voor het Kerkebos bleven door corona liggen. Enige tijd geleden heeft Gonnie van den Hoven de plannen weer opgepakt. Er werd een werkgroep opgericht, die nu uit ruim vijfendertig leden bestaat. Joop Snijders en Thieu Verharen zetten hun expertise van de ontwikkeling van het Bieslant in voor het Kerkebos. De aanvraag van subsidie bij de gemeente werd gehonoreerd en de medewerking van de plantsoenendienst onder leiding van Johan Versteeg werd geregeld.
De werkgroep heeft een aantal werkdagen gepland, meestal op zaterdagochtend of zaterdagmiddag. Op zo’n dag steken ongeveer vijftien mensen hun handen uit de mouwen. Er wordt hard gewerkt: kettingzagen loeien, er wordt gesnoeid, de hedera wordt er uitgetrokken en takken worden, door groot en klein (De zesjarige Abel is de vaste kracht) naar de afgesproken plek versleept. De koffiepauze is erg gezellig en de buurt leert elkaar beter kennen! De gemeente voert het snoeiafval in de week daarna af.
Stinzenplanten?
De stinzenplanten werden al in de eerste alinea genoemd. Een uitleg: het woord stinsenplant (stinzenplant) komt van het Friese woord stins, dat stenen huis betekent. De stenen huizen waren de woningen van adellijke of aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten. Zij hadden de financiële middelen om planten te importeren. De planten, vaak bollen, werden uitgezet ter verwildering. Ook bij kerken, in pastorietuinen en boerenhoeves waren stinzenplanten te vinden.
Sommige stinzenplanten, zoals het sneeuwklokje, worden al vanaf de late middeleeuwen gekweekt. Het aanplanten van stinzenplanten kreeg aan het eind van de 18e eeuw een grote impuls door de opkomst van de Engelse tuin. Het ideaal van deze tuinarchitectuur was de natuurlijke schoonheid, die men verder wilde perfectioneren. Bekende stinzenplanten zijn: bosanemoon, krokus, bostulp, gele anemoon herfsttijloos, kievitsbloem, wilde hyacint, narcis en winterakoniet.
De volgende werkdagen van de werkgroep Kerkebos zijn: 19 oktober, van 13.00 tot 16.00 uur; 2 november, van 9.00 tot 12.00 uur; 16 november, van 13.00 tot 16.00 uur. Aanmelden kan bij kerkebos2024@gmail.com
