Bea van Beers (42) zette tijdens de coronatijd een vrijwilligersinitiatief op voor kinderen bij wie de Sint niet aan de deur komt. Als ze vijf gezinnen konden helpen, waren ze al tevreden geweest. Inmiddels helpt Aan de deur geklopt jaarlijks meer dan 200 gezinnen. Reacties als “Mijn zusje heeft nu precies de pop van haar dromen” maken voor Bea duidelijk waarom ze het nog steeds doet.

Door: Luna IJpelaar

Het begin

“Het is begonnen in de coronatijd met de vraag: hoe gaan we nou terugkijken op deze tijd? Dat het ook een mooie tijd is in plaats van alleen ellende.” Toen de sinterklaasperiode naderde, ontstond het idee. “Onze kinderen hebben het ontzettend goed, maar er zijn veel kinderen die geen Sinterklaas kunnen vieren. We dachten: het is vast mogelijk om daar in Dongen iets voor te doen.”

Via Instagram, vrienden en kennissen werd tweedehands speelgoed ingezameld. De actie bleek al snel groter dan verwacht. Er kwamen snel veel vrijwilligers bij en de hoeveelheid speelgoed groeide. Inmiddels worden er niet alleen tassen samengesteld, maar is er ieder jaar een pop-upwinkel waar gezinnen gratis speelgoed kunnen uitzoeken.

De drempel van het aanmelden

Dat betekent niet dat gezinnen zichzelf gemakkelijk aanmelden. “Het is natuurlijk een hele drempel om jezelf aan te melden omdat je iets nodig hebt. Om welke reden dan ook”, vertelt Bea. Via het netwerk van de vrijwilligers kwamen ze daarom al snel in contact met scholen en de voedselbank. “Daar zijn gewoon kinderen die zeggen: bij mij komt Sinterklaas nooit.”

Wie zich wel zelf aanmeldt, hoeft niet te bewijzen dat hulp nodig is. “Als je je aanmeldt, is dat voldoende voor ons.” Ook worden gezinnen soms door anderen aangedragen. Zo werd een gezin met meerdere, wat oudere kinderen eerst anoniem aangemeld door een familielid. Inmiddels hoeft het gezin zich niet meer ieder jaar opnieuw aan te melden. “Ze zijn heel bescheiden. Juist daarom maken we een extra dikke tas voor hen. Dan is het echt tof dat je het verschil maakt.”

Een cadeau wordt duurder

Die hulp blijft nodig, zeker met de stijgende prijzen. Bea ziet de laatste jaren bijvoorbeeld steeds meer opa’s en oma’s in de pop-upwinkel. “Want je zou maar tien kleinkinderen hebben. Een tientje is niks voor een cadeau.”

Ook voor Aan de deur geklopt wordt het lastiger om de tassen te vullen. Ieder kind krijgt naast tweedehands speelgoed één nieuw cadeau. “En dan ook echt het cadeau dat dat jaar in is. Niet de Barbie van drie jaar geleden. Je hebt niet zomaar meer een goed cadeau voor 25 euro.” Gelukkig komt hulp volgens Bea uit allerlei hoeken: “Allemaal lokaal, allemaal betrokken.”

Dromen laten uitkomen

Dat een cadeau veel kan betekenen, merkt Bea aan de reacties die ze ontvangt. Zo laat ze een briefje zien van een meisje uit het azc. “We zijn zo dankbaar dat mijn zusje nu precies de pop van haar dromen heeft.” Bea: “Om zoiets te lezen, geeft zoveel voldoening.”

Meer dan cadeaus

Soms krijgt het ingezamelde speelgoed nog een andere betekenis. Een vrouw die haar zoon had verloren, had zijn speelgoed jarenlang op zijn kamer laten staan. Toen ze over Aan de deur geklopt hoorde, besloot ze de kamer op te ruimen en het speelgoed te doneren.

Niet alles bleek nog geschikt om weg te geven. “We hebben het heel respectvol aangenomen en goed gesorteerd. Bruikbaar, niet bruikbaar. Maar eigenlijk hielpen we haar ook om afscheid te nemen en haar verlies te verwerken.”

Voor Bea zijn dat de momenten waarop het initiatief echt verschil maakt. Het gaat verder dan cadeaus voor Sinterklaas. “Het is echt super dankbaar om te doen. Je krijgt er echt energie van.”