Sinds ik met mijn camper door het land rijd, ben ik een wijzer mens geworden. Kamperen is namelijk één grote leerschool. Je leert hoe een waterpompje reageert op een verkoudheid, hoe je op drie gram gas een hele winter kunt overleven en hoe je met vreemden praat. Niets verbroedert immers zo snel als de cassette-mars. Als je ’s ochtends in je ochtendjas met een loodzware chemische cassette vol urine en poep over de grindpaden richting het stortpunt wandelt, leer je de échte mens pas kennen. ‘Mohhuh buurman, ook een volle lading?’ Je deelt feiten uit die je bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer nooit zult horen.
Maar naast de ochtendrituelen die over het legen van de poepdoos gaan, is er ook de taal van de symbolen. Een soort schriftteken voor de kampeer-elite. Vorig jaar zat ik in alle onschuld een verse ananas schoon te maken aan mijn plastic campingtafeltje. Ik liep even naar binnen voor een vaatdoekje en toen ik buitenkwam, stond er plotseling een wildvreemd echtpaar op mijn buitenmat. De vrouw keek naar de ananas, toen naar mij, en vroeg met een zwoele blik of ze die avond rond 20:00 uur op bezoek mochten komen. Ik was gelukkig verhinderd vanwege een andere afspraak. Godzijdank, zo blijkt achteraf. Maar ja, dat wist ik toen nog niet.
Kort daarna schafte ik een roze flamingo-windwijzer aan. Een prachtig, statisch wezen met een ingenieus draaimechanisme dat elegant meebeweegt met de wind. Het werd mijn vaste ritueel: camper waterpas zetten, pootjes uitdraaien en die plastic vogel in de Brabantse klei rammen.
Niet veel later zat ik lekker te lezen in het zonnetje, toen er opnieuw een koppel op mijn 'stoep' verscheen. Ze staarden naar de flamingo alsof het de Heilige Maagd Maria was. Ik dacht nog naïef: die willen natuurlijk weten waar ik die weerhaan gekocht heb. Maar nee, ze wilden direct ‘een keer afspreken’.
Pas toen ervaren vrienden mij de nieuwerwetse camping-taal uitlegden, viel het kwartje met een gigantische klap. Een ananas, en zéker een ondersteboven exemplaar, is wereldwijd het geheime signaal voor de vrije liefde. En die roze flamingo? Dat is de turbo-knop voor de rasechte swinger. Ze dachten dat deze tonprater wel in was voor een potje partnerruil! ‘Je wilt swingen, Andy!’ riepen mijn vrienden. Ik schrok me wezenloos. Ik ben namelijk sowieso al geen danser, laat staan met de vrouw van de buurman van plek 42.
Sinds ik dit weet, heb ik echter het ultieme kampeergenot ontdekt. Ik heb namelijk nóg een extra roze flamingo aangeschaft. En nu is het mijn absolute topsport geworden om die vogel ’s nachts, in de absolute anonimiteit van de duisternis, stiekem bij argeloze pensionado's voor hun voortent of caravan te planten.
De volgende ochtend ga ik met een bak koffie heerlijk achterover in mijn campingstoel zitten. Genieten met een grote G. Het schouwspel van ongemakkelijke gesprekken, hitsige zeventigers die plotseling bij een doodsbange tachtiger uit Dokkum voor de caravan staan. Dat is pas echt theater. Ik voorspel jullie: De roze flamingo heeft een gouden toekomst op de Nederlandse campings.
