In gesprek gaan, ga met elkaar in gesprek. Deze woorden zijn vaak gebruikt tijdens Koningsdag, 4 mei en 5 mei. En in gesprek ging ik.

Het lukte niet elke keer goed. Te beginnen op Koningsdag in ’s Gravenmoer. Aan het begin van de ochtend ging het nog wel. Het gesprekonderwerp was dat er geen oranjebitter was voor iedereen. Dit zorgde misschien voor een bittere nasmaak bij een aantal aanwezigen. Maar het Wilhelmus klonk er niet minder om! Tijdens het koffiedrinken in De Geubel zat ik, met nog twee andere mensen uit Dongen, als een soort ‘Dongense enclave’ aan een tafel. Op de tafel een groot aantal kopjes met oranjesoesjes op een bordje erbij. Er was plaats voor wel acht tot tien personen. Helaas, vijf tot zeven personen kwamen niet bij onze enclave aan tafel zitten. De ene stoel na de andere werd weggehaald, ook de kopjes en de soezen verdwenen langzaam van onze tafel. Gelukkig bleven er nog net drie kopjes en soezen voor ons over, daar hebben we wel voor gezorgd, anders waren die ook weg geweest. Van in gesprek gaan met elkaar was geen sprake. Wij, de Dongense delegatie, gingen natuurlijk wél met elkaar in gesprek. Het was aangenaam gezelschap, op de vroege ochtend van Koningsdag en wij voerden geanimeerde gesprekken. Op dat moment was er geen verbinding tussen Dongen en ’s Gravenmoer: er waren geen gesprekken. We werden compleet genegeerd. Jammer. Gelukkig kwam de voorzitter van de Oranjevereniging wel even bij ons aan tafel zitten. En zoals altijd overlaadde hij de dames aan tafel met complimentjes. En dat maakt zo’n dag toch weer extra leuk.