Het was een regenachtige zondagmiddag. De bel ging. In de stromende regen stond één van onze buren voor de deur. Of wij een ladder hadden en zo ja, of hij deze mocht lenen. Ja hoor, dat mocht. Ik mee naar buiten om te wijzen waar de ladder lag. De buurman pakte hem zelf en liep ermee naar zijn huis. Ik mee.
Buitengesloten
De buurman had zichzelf buitengesloten en kon dus niet meer naar binnen. Hopelijk bracht onze ladder uitkomst. Helaas. De ladder was te kort om bij het raam van de buren te komen. Ik snapte er niks van. Normaal gesproken kon onze ladder tot aan onze dakgoot, waarom kon de buurman dan niet tot aan zijn raam komen met onze ladder? Het bleef even een raadsel. De ladder bestond toch uit twee delen? Waarom lag er maar één stuk op de voor de ladder bestemde plaats? Geen idee. Onverrichter zake ging ik weer naar huis, met de buurman en de ladder. De ladder kwam weer terug op de plaats waar die eerder lag. Ik bleef het vreemd vinden. Ik vertelde tegen Hans dat de ladder niet lang genoeg was om bij het raam van de buren te komen. Ook hij snapte er niks van. Gelukkig is het de buurman uiteindelijk wel gelukt om zijn huis weer binnen te komen.
Mysterie
Het bleef een mysterie, de ladder die niet lang genoeg was. De volgende dag vertelde ik tegen Hans dat de ladder maar uit één stuk bestond. En dat klopte niet. Achteraf wist ik dat natuurlijk zelf ook wel. Maar zondagmiddag, in de regen, werkten mijn hersens schijnbaar niet zo goed: die hersens wilden gewoon terug naar de lekkere warme woonkamer, terug naar het boek dat ik aan het lezen was.
Buurvrouw
De ladder bleef door mijn hoofd spoken en ook door dat van Hans. We bleven ons afvragen waar het andere deel van de ladder gebleven was. Laatst had toch iemand voor ons een afdakje gemaakt? Hij had daarvoor toch de héle ladder gebruikt? Had hij het tweede deel misschien mee naar huis genomen? Had iemand anders de ladder in de tussentijd geleend? Heel vaag hing in mijn hoofd dat een buurvrouw de ladder een keer geleend had. Ik stuurde haar een berichtje. Zij had de ladder wel geleend, maar dat was al meer dan een jaar geleden. De ladder bestond toen nog gewoon uit twee stukken.
Opties
Hans heeft nog gekeken of hij het tweede stuk ladder zag liggen. Nee, geen tweede stuk ladder. Wat nu? We hebben allerlei opties besproken, de gekste verhalen verzonnen en kwamen toen tot de conclusie dat er maar één ding op zat: degene bellen die de ladder voor het laatst had gebruikt. En dat hebben we gedaan. De volgende dag kwam hij kijken. Hij wist meteen wat er aan de hand was.
Twee stukken
Toen hij de ladder had gebruikt, heeft hij die ladder in twee stukken opgeborgen. Dat vond hij beter, voor het geval er eens een dakpan van het dak zou vallen. De ladder zou de val van die dakpan breken en zo schade voorkomen. Oké, duidelijk en misschien ook wel logisch bedacht. Wij wilden toch liever een ladder die uit twee delen bestond en die opgeborgen werd met de twee delen aan elkaar. Als iemand een ladder zou willen lenen, zou dat een stuk gemakkelijker zijn, toch?
Opgelost
Het mysterie van de verdwenen ladder was na een paar dagen opgelost, gelukkig. Iedereen weer blij: wij blij dat de ladder weer terug was (hoewel hij in feite ook nooit verdwenen was), degene die de ladder in twee delen had opgeborgen blij dat hij ons uit de brand heeft kunnen helpen en de buurman was waarschijnlijk ook blij dat hij weer binnen kon, hoewel hij niet wist dat (een deel van) de ladder op mysterieuze wijze was verdwenen.
Gelachen
Zo zie je maar: als je een ladder uitleent of gewoon gebruikt: kijk dan of alle delen weer aan elkaar zitten als je hem opbergt. Anders heb je misschien ook een mysterie op te lossen. Het mysterie van de verdwenen ladder. Wij hebben er met z’n allen hard om gelachen, om het mysterie van de verdwenen ladder: een mysterie dat nooit een mysterie is geweest!
