Zondagmorgen tien uur op een prachtige zonnige herfstdag. Een groepje paarden met karren erachter verzamelt zich aan de Breedstraat. Sommige paarden vinden dat het te lang duurt voordat zij mogen gaan lopen. Een aantal leden van de Menclub Dongen is klaar voor een ritje door de natuur. Deze keer voert de route door Lobelia in De Moer. Ik krijg een plaatsje op één van de karren, met pony Wessel en menster Mighalle. Spannend, zo’n ritje met een paard en een kar door de omgeving van Dongen.
door Lia van Gool
Spannend
Iets voor tien uur die morgen haalde Marieke van de Menclub Dongen mij op. ”De club telt ongeveer vijftig leden, variërend in leeftijd van elf jaar tot een jaar of tachtig. Vandaag beginnen we met koffie met gebak, omdat mijn vader jarig is”, vertelt Marieke. Zij kan helaas zelf niet mee met de rit, omdat zij geen geschikt paard heeft op het moment. De koffie wordt opgedronken naast de paarden. Voor mij voelt het een beetje onwennig en spannend, deze zondagochtend. Al die paarden… Sommigen zijn best groot. Ik blijf een beetje uit de buurt, want ik ben niet zo gewend aan deze dieren. De sfeer is goed, er wordt gepraat en gelachen.
Wessel
Dan is het tijd om te vertrekken. Ik neem plaats achter Mighalle en Wessel en zorg dat ik stevig zit. Alex rijdt voorop, met zijn zwart-wit gevlekte paard. De rest volgt. Als Wessel ziet en hoort dat de karren voor hem vertrekken, wilt hij ook weg. Hij steigert, de kar vliegt bijna de lucht in, tenminste zo lijkt het voor mij. Pff, de rit begint niet echt rustig. Ik weet niet zeker of ik gil. Mighalle heeft het niet gehoord, zegt zij later. Zij had op dat moment alle kracht en aandacht nodig om Wessel weer met vier benen op de grond te krijgen. En dat lukt. In een rustig tempo vertrekt de stoet vanuit de Breedstraat richting Lobelia.
Taart
Onderweg vertelt Mighalle over haar passie voor paardrijden. “Ik heb eerst ‘onder de man’ gereden”, zegt zij. Zij bedoelt daarmee dat zij ‘gewoon paard’ heeft gereden, eerst in de manege. Haar avontuur met Wessel begon toen zij, onderweg naar de basisschool, langs de wei kwam waar Wessel liep. “Ik vond Wessel een mooi paard. Toen ik hoorde dat Christ de eigenaar was, ben ik met een taart naar zijn bakkerswinkel gegaan en hebt gevraagd of ik Wessel mocht zien.” Dat mocht.” Christ vond dat Mighalle in het begin niet kon rijden. Hij liet haar haar gang gaan en hoewel het in het begin niet gemakkelijk was, heeft Mighalle de pony nu goed onder controle. “Ik moest alles alleen doen. Christ zei tegen mij: ‘hier is-t-ie’.” Mighalle vertelt dat Wessel in het begin best moeilijk te temmen was. “Wessel is nu elf jaar. Hij is een stuk rustiger geworden.” En dat bewijst Wessel als hij rustig voor de kar loopt.
Deftiger
Christ rijdt met zijn paard en kar achter Mighalle en Wessel. Het hoofd van dat paard komt soms angstig dicht naar mij toe. Christ vraagt lachend hoe het gaat en of het paard niet te dichtbij komt. Nee hoor, ik houd het wel vol zo. Mighalle legt uit dat Wessel een heel ander paard is dan het paard van Christ. “Wessel is een beetje een gewoon paard. Het paard van Christ is anders.” Hoewel ik geen verstand heb van paarden, zie ik het verschil. Wessel loopt heel anders dan het paard van Christ. Het lijkt erop dat Wessel een beetje sjokt, op zijn gemak. Het paard van Christ loopt deftiger.
Voetballen
Mighalle begon met paardrijden, toen een paar meisjes uit haar klas ook paardreden. “Ik wilde dat ook graag. Ik heb een aantal jaren paard gereden en ben daarna ook gaan voetballen. Ik heb dat een paar jaar gedaan, paardrijden én voetbal. Mijn ouders dachten altijd dat ik door zou gaan met voetballen, omdat ik daar best goed in was. Ik heb toch voor paardrijden gekozen en heb er geen minuut spijt van gehad.”
Prachtig
Intussen gaat de rit in een redelijk langzaam tempo door. Mighalle vindt dat het vandaag een beetje traag gaat. Tijdens andere ritten ligt het tempo iets hoger. Het landschap is prachtig. We rijden over verharde wegen waar regelmatig auto’s langsrijden. De automobilisten houden allemaal rekening met de stoet paarden die zij moeten passeren. Dan slaat de stoet een zandpad op. Mighalle navigeert Wessel voorzichtig langs of door de kuilen in de onverharde weg en probeert de plassen te vermijden. Het weer wordt steeds mooier. De zon laat zich regelmatig zien. Alleen in de schaduw is het soms wat frisser als er ook een windje opsteekt.
Wildroosters
Achter op zo’n kar ziet de wereld er heel anders uit dan wanneer je in de auto langs dezelfde route komt. Het ruikt ook anders. Je bent meer betrokken bij de natuur en de omgeving. Eigenlijk wel een mooie manier om de zondagochtend door te brengen. Op sommige punten langs de route liggen wildroosters. Dan moet er iemand van de kar afstappen om het hek naast die wildroosters open te maken. Zo kunnen de paarden er langs. De paarden kunnen niet over de wildroosters lopen.
Schotse Hooglanders
Op een gegeven moment rijden we door natuurgebied Huis ter Heide. Een kudde Schotse Hooglanders ligt langs de weg. Eén dier steekt rustig de weg over. De paarden trekken zich er niets van aan. Zij lopen rustig door. Imposante beesten, die Hooglanders, net als de paarden in de stoet. En wat is het hier mooi!
Jong
Rustig gaat de rit verder. Vóór Mighalle en Wessel rijdt een kleine kar met een kleine pony. De menster is elf jaar, hoor ik later. Zij rijdt al paard vanaf haar zesde. Het is niet te merken, tenminste voor mij niet, dat degene die voor ons rijdt nog zo jong is. Bijzonder.
Soep
Halverwege de route is er een pauze. Met stijve spieren probeer ik van de kar af te stappen, maar ik heb hulp nodig. Gelukkig is er een helpende hand in de buurt. Zo, even mijn benen strekken. Tijdens de pauze is er tijd voor een kopje soep. De vrouw van Alex is vanuit Dongen met de auto hier naar toe gekomen met warme soep en brood. Het smaakt heerlijk, zo’n kopje soep, buiten in de natuur. De paarden en de menners krijgen even rust. Er wordt wat op en neer gelopen, tenminste door degenen die niet alleen op de kar zitten. Zij kunnen hun paard niet alleen laten.
Stilte
Ik twijfel of ik de rit tot het einde toe ga uitrijden. M’n spieren doen pijn. Ik merk dat mijn lijf eigenlijk niet meer mee wil werken. Dat komt waarschijnlijk omdat ik veel te krampachtig op de kar zit. Ik kijk naar de auto van de vrouw van Alex. Zij gaat terug naar Dongen en ik kan meerijden. Ik besluit dan ook om het hierbij te laten. De vrouw van Alex zet mij dichtbij huis af. Ik kom meteen in het lawaai van de wielerronde terecht. Het geluid komt harder binnen dan anders. In mijn hoofd zit nog de stilte van de natuur tijdens de rit.
Wat een beleving!
Wat was het een prachtige ochtend. Wat een beleving! Ik vond het een beetje eng om mee te gaan, maar die angst is verdwenen. Ik heb genoten van de rit, van de gesprekken met Mighalle en een aantal andere mensen. Het was heerlijk om op deze manier door de natuur in de omgeving van Dongen te rijden. Wat is het toch mooi, zo vlak bij huis. Voor herhaling vatbaar? Ja, ik denk het wel.
