‘Man man man, wat een dag. Al voor acht uur liepen de eerste mensen binnen voor het uitzwaai ontbijt. Het was een heerlijk ontspannen samen zijn… uitgesproken dat ik er trots op ben dat we de goede mensen om ons heen verzameld hebben en dat ik mede daardoor deze tocht aan durf te gaan… nog even een groepsfoto en daarna op pad naar de kapel van de zusters. Daar heeft ons Pa in het bijzijn van familie en belangstellenden de eerste stempel in mijn Pelgrimspaspoort gezet.
door Lia van Gool
’Uitgezwaaid door de rollatorbrigade ben ik toen echt aan mijn tocht begonnen. Eerst samen met Henriëtte naar het kerkhof gewandeld waar we samen met ons pa, Ank en Henryc nog even hebben stil gestaan bij ons Ma. (Wat zou die er van gevonden hebben?).’
Zo begint het reisblog van Alfons van den Hoek uit Klein-Dongen, op zijn eerste reisdag naar Santiago de Compostella in Spanje. Na 96 (!) dagen lopen en één week terug reizen, kwam hij op 12 juni weer thuis. Nu, twee weken later, vertelt hij zijn verhaal.
Alzheimer Fonds Nederland
“Ik had nooit gedacht dat ik een dagboek van mijn reis bij zou houden,” begint Alfons van den Hoek. “Het kostte elke dag wel twee uur om iets over mijzelf te vertellen.” Alfons kreeg in de loop van zijn tocht zo’n driehonderd volgers. Hij koppelde een goed doel aan zijn tocht, het Alzheimer Fonds Nederland. Dit had hij al eerder gedaan tijdens andere etappewandelingen en hij bedacht dat hij dat deze keer ook zou kunnen doen. Met resultaat: er is al een bedrag van ruim elfduizend euro binnen.
94 dagen
“Ik ben gaan lopen met het idee: ‘ik vertrek alleen’. Heel toevallig kwam ik, op zoek naar onderdak voor de nacht, de Brabantse Ton tegen.” Tijdens hun tocht hadden de twee steun aan elkaar. Zij liepen hetzelfde tempo en ook hun karakters kwamen overeen. De beoogde 30 kilometer lopen per dag was voor beide lopers op zich geen probleem. “Wij hebben doorgezet en elkaar opgepept als het even niet zo lekker ging.” In totaal hebben Alfons en Ton 94 dagen samen gelopen.
Super-ervaring
De drie maanden van huis waren een super-ervaring. “Je kunt, als je werkelijk wil, best de Camino lopen, als je een bedrijf hebt. Ik ben blij dat ik het gedaan heb. Toen ik boven op een berg stond, vond ik dat ik bevoorrecht was. Wat fysiek betreft en het feit dat ik thuis zulke mooie en goede mensen om mij heen had, die ervoor zorgden dat alles door kon gaan. Daar ben ik dankbaar voor.” Voor Alfons is het lopen meegevallen, de heimwee naar huis was erger. “Ik heb de route gelopen zoals ik die in mijn hoofd had en heb ook de tijd ruimschoots gehaald. Misschien heb ik ook een beetje als ondernemer gelopen. Ik had al een kaartje voor Bruce Springsteen op 11 juni en daar wilde ik naar toe.” Alfons omschrijft zijn manier van lopen als ‘gecalculeerd’, in die zin, dat hij elke dag 30 kilometer wilde lopen.
Blessure
Na drie weken ging het even wat minder met de Dongense pelgrim. “Ik kreeg een blessure. Vooraf had ik bedacht dat mijn lichaam mij niet in de steek zou laten, omdat ik altijd al lange afstanden loop. Maar elke dag lopen, met een bepakking van 16 kilo, heeft me toch opgebroken.” Na een val ging Alfons anders lopen en raakte geblesseerd. “Ik heb zelfs een stukje gelift, naar mijn lichaam geluisterd en een dag gerust.” Hij nam contact op met één van zijn medewerkers, die ook fysiotherapeut is. “Ik heb naar zijn advies geluisterd. Toen hij geblesseerd raakte, zag Alfons een vrachtwagen uit Breda rijden, die bloemen leverde in Frankrijk. “Even heb ik gedacht ‘zou ik daar mee terug moeten’? Dat was wel even een taai moment.” Gelukkig kon hij doorlopen en zijn mentale dipje kreeg een boost toen zijn vrouw Henriëtte hem verraste tijdens zijn tocht. “Ik was nooit langer van huis geweest dan twee weken. En dan altijd nog met Henriëtte en de kinderen. Dat was, tijdens de reis, wel een van de zwaardere dingen, de heimwee naar huis, naar Henriëtte en de kinderen.”
Bizar
Alfons en Ton hebben het lopen van de pelgrimstocht wel op een andere manier ervaren. “Ton had het lopen van de tocht geromantiseerd. Hij had verwacht dat hij, als pelgrim, overal met open armen zou worden ontvangen. Dat bleek niet zo. Ik heb er anders naar gekeken. Ik had van de Camino gehoord en gedacht ‘dat ga ik ook doen en ik kreeg er de gelegenheid voor.” Het is bizar, vindt Alfons, dat je, met iemand die je onderweg ontmoet, honderduit praat over van alles en nog wat. “Je praat over zaken waar je normaal niet over praat met iemand die je pas ontmoet hebt.” Toch waren de mannen onderweg ook wel eens hele periodes stil en liep Alfons in Reims bewust een ochtend alleen door de stad.
Vast patroon
De dagen liepen eigenlijk volgens een vast patroon: 96 dagen lang gemiddeld 30 kilometer lopen, een ander bed, bij iemand anders eten… “Je trekt ’s morgens de deur achter je dicht, je loopt en er staat weer een bed voor je klaar. Je ontmoet mensen, wiens neuzen dezelfde kant op staan, zowel wandelaars als gastgezinnen. Je eet alles, onderweg en het smaakt nog ook. Tussen vier en vijf ’s middags kwam je op je slaapadres, dan volgde een proostmoment, was er tijd voor een douche en voor het schrijven van het reisverhaal.”
Plastic tafel
Lachend vertelt Alfons over de dag dat hij bij een burgemeester een slaapplaats vroeg. “Een gastgezin in Frankrijk vertelde dat de burgemeester je onderdak moet bieden als je geen slaapplaats kunt vinden. Wij hebben dat uitgeprobeerd en zijn naar een gemeentehuis gegaan. Ze stuurden ons naar een hotel, dat zat vol. Wij terug naar de burgemeester. Die adviseerde ons een hotel voor 195 euro per nacht. Dat wilden wij niet. We kregen uiteindelijk de sleutel van een uitgeleefd appartement, zonder bedden. Er stond een plastic tafel, die heb ik op de grond gelegd, m’n kleren erop, dat was het bed voor de nacht. Dat is dan weer het leuke van ‘pelgrimeren’.” Op sommige plaatsen betaalde je voor het eten wat je het eten waard vond. “Donativo, noemden ze dat.”
Verrassingsbezoeken
Het leukste van de reis waren wel de verrassingsbezoeken van Henriëtte, met Lisette, de vriendin van Ton. “Dat was hartstikke leuk.” In Santiago de Compostella liepen Henriëtte en Lisette de laatste honderd meter mee. Bijzonder, vindt Alfons. De aankomst in Santiago de Compostella? “Daar heb ik niet zo bij stilgestaan. Er was een mis om 12.00 uur en daar zwaaiden ze met een groot wierookvat. Dat heb ik niet eens gezien. Ik heb mijn certificaat gehaald en met veel plezier teruggekeken op de reis.”
Einde van de wereld
Tijdens de tocht besloten Alfons en Ton om, na Santiago de Compostella, nog naar Finistère te lopen, het einde van de wereld zoals ze in Spanje zeggen. Voordat ze daar naar toe gingen, kreeg Alfons een grote verrassing. “Mijn kinderen, Ilse en Bart stonden ineens voor mijn neus. Dat was geweldig! Op Finistère was ons gezinnetje compleet.” Op de route naar huis zijn Alfons en Henriëtte nog naar Lourdes geweest. Daarna hebben we het rustig afgebouwd, met als afsluiting het concert van Bruce Springsteen. Op de verjaardag van Henriëtte waren we thuis.”
Nooit meer
Hoewel alles goed is gegaan, zul je Alfons van den Hoek nooit meer voor zo’n lange tijd van huis zien gaan. “Ik heb echt heimwee gehad. En Henriëtte zei: ‘dat doe je nooit meer!’”
Tot slot
De verhalen van Alfons zijn nog terug te lezen op https://alfonscamino.reislogger.nl. En de actiepagina voor Alzheimer Nederland is te vinden op https://www.inactievooralzheimer.nl/fundraisers/alfons-van-den-hoek-2022.
