Jan Hessels (92) en Tonny Hessels-Kerkhofs (92) wonen in de Kerkstraat. Jan Hessels woont daar al zijn hele leven. Trots laat Jan Hessels foto’s zien van hem en zijn vrouw als baby. “Wij lagen toen al op hetzelfde dekentje”, zegt hij lachend. Jan en Tonny Hessels vertellen op een regenachtige herfstdag over de Kerkstraat, het huis waar zij wonen en hun leven.

door Lia van Gool

Borreltje

“De achternaam van mijn vrouw, Kerkhofs, is een foutje van de ambtenaar van de burgerlijke stand”, zegt Jan Hessels. “Hij had waarschijnlijk een borreltje op. De rest van de familie heet ‘Kerkhof’ zonder ‘s’. Piet Kerkhof was een neef van mijn vrouw.” Zo begint het verhaal van Jan en Tonny Hessels. Het ouderlijk huis van Jan Hessels staat naast de looierij, die vroeger van zijn grootvader was. “Ik denk dat het pand van 1894 is. Eerst had mijn opa een looierij aan de Donge, in de Lage Ham.” In het pand van de looierij van Hessels is nu Museum De Looierij gevestigd.

Duiventoren

Jan zat op de Ulo, vertelt hij. “De broeder zei dat ik dan naar kantoor kon. Maar dat wilde ik niet. Ik ben naar de ambachtsschool in Breda gegaan en naar de avondschool. Ik ging daar op de fiets naar toe, door de Duiventoren.” Jan ging werken bij Piet van Dal in de smederij. Vroeger zat Albert Heijn in dat pand en nu Den Hamse Bok. “Er was altijd werk genoeg.” Na Van Dal ging Jan werken bij Van Luxemborg, een bedrijf dat machines maakte voor brouwerijen. Die zaak zat toen in de Wilhelminastraat, waar later een vestiging van Stork zat. “Van Luxemborg had patenten voor de machines. Brouwerijen uit Nederland, België, Frankrijk en Duitsland waren er klant.”

Sportvelden

Vroeger heeft de familie Hessels een paar keer inwoning gehad, zoals dat toen heette. “Het was een moeilijke tijd na de oorlog. Mijn nicht heeft hier gewoond en Jan van Pelt, de bakker uit de Gerardus Majellastraat.” In de Kerkstraat woonden toen nog verschillende boeren, herinnert Jan zich. Er werd friet en ijs verkocht, er was een visboer, bakker Van der Westen zat er (tegenover ‘Smid Kerkhof’). “En er was een slager die ook taxi reed. “Dat was Elshout. Hij had de enige auto in de straat. O ja, Karel van Alphen had ook een auto. Alleen rijke mensen hadden in die tijd een auto.” Jan Hessels weet nog dat er boomgaarden waren in de Kerkstraat. “Nu zijn daar de sportvelden.”

Keulse pot

Jan en Tonny vinden alles mooi aan de Kerkstraat. “Er staan nog veel huizen, maar er is ook al veel weg.” En zij vertellen over de winkeltjes die er waren: de dames Vermeulen hadden een kruidenierswinkel en een drogisterij. Achter de toren was een winkeltje van Jaans en Aantje Heesters, voor kruidenierswaren. “Ik ging daar weleens naar toe om een pond zuurkool te halen. Dat kwam toen nog uit een Keulse pot.”

Leuke dame

En terug gaat het verhaal weer naar het huis waar Jan en Tonny nu wonen. In het ‘achterhuis’ stond vroeger het fornuis waar de was gekookt werd, zegt Jan. “Er was een houten ton voor de was. Er is hier in huis ook best veel veranderd.” Toen Jan en Tonny trouwden, bijna vijftig jaar geleden, trouwden zij bij thuis in. Tonny woonde in de Lage Ham en werkte in de wijkverpleging. Door de wijkverpleging leerden zij elkaar kennen. “Tonny kwam hier voor gasten uit Amsterdam. Een van die gasten had suikerziekte en moest gespoten worden. Tonny stond met mijn moeder te praten in de keuken en ik dacht ‘dat is wel een leuke dame’.”

Zuster Heijs

Tonny vertelt over haar werk als wijkverpleegkundige, dat zij van lieverlee afbouwde. “Je moest alles doen als wijkverpleger. Het was heel leuk werk. Er waren heel veel collega’s, zoals zuster Heijs. Verder waren er heel veel religieuzen wijkverpleegster. Ik heb een hele goede binding gehad met de zusters. Het werk is altijd prima gegaan.” Een wijkverpleegster was in die tijd de hele dag in de wijk, die erg gemêleerd was. “Ik ging naar patiënten, deed huisbezoeken, het was fijn. Ik ging bijna altijd op de fiets, dat doet een echte wijkverpleegster.”

Gelukkig

Zoals gezegd kwam Tonny uit de Lage Ham naar de Kerkstraat. “Ik heb in de Lage Ham een fijne tijd gehad. Ik heb daar mijn jeugd doorgebracht en ik ben daar gelukkig geweest. In het begin vond ik het verschil tussen de Lage Ham en de Kerkstraat te groot.”

“Den Hessel’

Jan en Tonny willen nooit weg uit het huis aan de Kerkstraat 31, dat is duidelijk. “Wij staan wel ingeschreven bij Dongepark. Men zegt dat het beter voor ons zou zijn om daar te wonen. Hopelijk duurt het lang voordat het zover is. Ik hoop dat het zolang duurt, dat wij er dan niet meer zijn”, zegt Jan. Ondanks zijn leeftijd doet Jan nog heel veel dingen zelf. Zo gaat hij dagelijks boodschappen doen, zorgt ervoor dat de was gedaan wordt en hij kookt. ‘Toen wij op kamp waren met de verkenners vroeger, zeiden ze daar ‘laat Den Hessel maar koken’. Ik heb altijd goed naar mijn moeder gekeken en ik heb daar heel wat van opgestoken. Mijn moeder kookte voor bruiloften en partijen.”

Mooie straat

Jan en Tonny kunnen nog uren blijven praten over de Kerkstraat en hun lange leven, maar het is tijd om een eind aan het gesprek te maken. Buiten regent het nog steeds. Maar de Kerkstraat blijft een mooie straat, zelfs in de regen.