Henk van Rijswijk (bijna tachtig jaar) woont al zijn hele leven in hetzelfde huis aan de Wilhelminastraat. Hij is geboren op de plek waar hij nu zit, zegt hij. “Er is veel veranderd in de loop der jaren.”
Door Lia van Gool
Zeven kinderen
Henk van Rijswijk komt uit een gezin met zeven kinderen. In zijn jeugd woonde ook zijn oudste zus met haar man en twee kinderen in het huis aan de Wilhelminastraat 4. “Er stond een grote tafel voor twaalf mensen. Ieder had zijn eigen stoel.” De ouders van Henk woonden eerst in het huis ‘hiernaast’. Drie van de zeven kinderen werd daar geboren. Els, de vrouw van Henk komt oorspronkelijk uit Den Hout. “Wij kennen elkaar al vanaf ons vijftiende jaar”, zegt Els, die nu 76 jaar is. “Ik had familie in Dongen wonen, dus ik kwam er vroeger al vaak.” In de loop der jaren kreeg het ouderlijk huis van Henk een complete metamorfose. Toch zegt zijn familie nog steeds, als ze bij Henk en Els op bezoek komen: ‘wij gaan naar huis’.
‘De Goede Woning’
De huizen aan de Wilhelminastraat behoorden tot de eerste sociale woningbouw in Dongen. In het boek ‘De Oranjeboom’, jaarboek 2019, deel 72, staat een verhaal over ‘De eerste sociale woningbouw in Dongen’ (geschreven door Helma van der Holst). In dat verhaal komt de bouw van de woningen aan de Wilhelminastraat, gebouwd door R.K. Woningbouwvereeniging ‘De Goede Woning’ uitgebreid aan de orde. Een citaat: ‘De eerste woningen aan de Wilhelminastraat komen in 1917 gereed. De geestelijk adviseur kapelaan Soffers zegent de huizen in’. Op de gevel naast het pand waar Henk van Rijswijk woont, is nog steeds het tegeltableau te zien, met daarop (onder meer) de tekst: ‘R.K. Woningbouwvereeniging ‘De Goede Woning’, In Strijd tot Vree geboren’.
Vijfenzestig centimeter
Het huis van Henk en Els is vijfenzestig centimeter breder dan de andere huizen in het blok. “Toen de huizen gebouwd werden, zijn ze aan twee kanten tegelijk gaan bouwen. Naast ons huis was een winkel. Op het moment dat de bouwers bij elkaar uitkwamen, bleek dat er vijfenzestig centimeter over was. Dat stukje is bij ons huis gekomen. Als je goed kijkt, kun je dat nog zien aan de gevel.”
Negen gulden
De eerste huur die Henk betaalde, was negen gulden (!) per week. Later kochten Henk en Els het huis voor 37.500,00 gulden. “Dat was toen veel geld.” Toen Henk begon met werken bij Van Boxtel verdiende hij 9,85 gulden voor 48 uur werken per week. “Dat was normaal die tijd. Als ik dat nu tegen mijn kleinkinderen vertel, zeggen zij ‘dar komt opa weer over vroeger’.” Vroeger was ook een tijd dat mensen alleen nog een vaste telefoonaansluiting hadden, En zelfs niet iedereen had een vaste telefoon. “Mensen belden naar Jan van Hees, de groenteboer naast ons. Als er telefoon was, kwamen ze ons roepen.”
‘Builtje friet’
In de Wilhelminastraat waren er jaren geleden veel winkels. “Er was een groenteboer, een kruidenier, een bakker, kapper en een slager. Ook was er nog een aantal cafeetjes hier in de straat.” Daar is nu niet veel meer van over. De melkboer (met hondenkar) kwam nog aan de deur. Rien Akkermans, van de bakker, kwam aan huis. En de kolenboer. “Als mensen kinderbijslag hadden gekregen, werd het kolenhok weer vol geladen.” Henk en Els weten nog dat je lang geleden dubbeltjes de gasmeter moest doen. “Dat was de charme van vroeger.” En de ziekenfondspremie werd thuis opgehaald, net zoals de huur. “Je kreeg dan een bonnetje als je betaald had.” Een ‘builtje friet’ kostte vijfentwintig cent bij Nolleke van Rijswijk, herinnert Henk zich. “Ik kreeg een kwartje traktement en ik wilde dat sparen voor de week erna, zodat ik een kroketje bij m’n frietje kon kopen. Maar dat mocht niet, ik moest het dan teruggeven.”
Geelste straat
Vroeger waren er meer contacten met mensen uit de Wilhelminastraat. “Nu wonen er veel mensen ‘van buiten Dongen’\. De contacten van vroeger zijn er niet meer. Het was gezelliger, zonder televisie en computerspellen. De mensen zaten hier buiten op de stoep.” Els vertelt dat de straat met de Zomerspelen versierd werd. De Wilhelminastraat werd de eerste ‘geelste straat van Dongen’. “Dat versieren werd het meest door ouderen gedaan. Soms waren er twaalf of veertien vrouwen bezig om tienduizend rozen te maken die wij in de heggen hingen. Ik ben wel eens tijdens de vakantie vanuit Zeeland naar huis gegaan om de straat te versieren.”
Laan met bomen
Henk en Els storen zich niet aan de drukte in hun straat. “Het is een doorgangsroute. Er komen dagelijks veel vrachtwagens en ziekenwagens door de straat. Daar storen wij ons niet aan.” Toch kijken Els en Henk met een beetje weemoed terug naar de tijd dat de Wilhelminastraat een mooie straat was, met bomen. “Het was een laan met bomen in het midden. Ook in de Torenstraat stonden bomen en er was een grasperk in het midden.” Nu is de Wilhelminastraat een doorgaande weg geworden.
Familieverhalen
In de loop van het gesprek komen familieverhalen naar voren. Henk laat oude foto’s zien, waar hij op staat als kind, een trouwfoto van hem en Els, nu 56 jaar geleden, gedachtenisprentjes van zijn ouders (de vader van Henk leefde van 1897 tot 1971, zijn moeder van 1902 tot 1964). Henk heeft nog een uitdraai van ‘het register van huwelijken’ van zijn ouders. Dat kostte toen vijfentwintig cent! En Henk haalt een pagina tevoorschijn uit een ander weekblad dat vroeger in Dongen verscheen, ’t Wapen van Dongen. In de krant van 8 december 1999 stond een overzicht met namen van alle mensen die in 1964 om de Wilhelminastraat woonden. Wat gaaf dat hij al die spullen nog heeft bewaard.
‘De sticht’
Wat Henk het leukste vond aan zijn jeugd? “Als kind spelen met z’n allen, achter in ‘de sticht’. Wij maakten buskruit, speelden met tollen. Het was een eenheid, de buurt hier. Iedereen had vier of vijf kinderen. Ik kende alle kinderen, tot aan de Julianastraat. Ook kende ik iedereen tot halverwege de Torenstraat.” Henk herinnert zich nu nog de namen. Hij vertelt dat Drumband Beatrix in de Torenstraat is opgericht. “Er stond koren en er was een kuil. Daar hebben wij gerepeteerd. Van lege blikken met een touwtje er door heen, maakten wij trommels. Wij gebruikten boomtakken als stokken.” Henk was vanaf het begin lid van Drumband Beatrix. “Het deed pijn toen ze stopten.”
Centrum
Henk en Els hebben het prima naar hun zin in de Wilhelminastraat. “Het is dichtbij het centrum. We hebben een eigen oprit en een carport.” Henk en Els willen niet naar een appartement verhuizen. “Ik moet hier weggedragen worden”, zegt Henk
Bron: ‘De Oranjeboom’, jaarboek 2019, deel 72, pagina 33 t/m 59.
